In de Schouwburg en crèche
Vogeltje weet zich niks meer te herinneren wat er na de arrestatie van haar vader is gebeurd. Dat is niet vreemd, want ze was toen pas net geboren. Het is dan ook niet zeker of ze de eerste paar maanden bij haar moeder is achtergebleven of dat ze in de crèche is ondergebracht. Maar ze weet wel dat de mensen van de crèche geholpen hebben bij het zoeken naar een onderduikadres.
Onderduiken
Vogeltje wordt ondergebracht bij een echtpaar in Friesland. Haar pleegouders zijn dolgelukkig. Ze kunnen zelf geen kinderen krijgen. Ze behandelen Vogeltje als hun eigen dochter. Vogeltje is een Joodse naam. Daarom besluiten haar pleegouders haar Foke te gaan noemen. Foke heeft die naam de rest van haar leven aangehouden.
Na de oorlog
De vader, moeder en broer van Foke komen allemaal om tijdens de oorlog. Haar overgebleven familieleden besluiten dat zij bij haar pleegouders mag blijven wonen. Op haar vierde jaar vertellen ze dat zij haar echte vader en moeder niet zijn. "Ik vroeg: 'Maar waar zijn die dan, hebben ze hier in de straat gewoond?' 'Nee', zei mijn pleegvader, 'daar zijn vreselijke dingen mee gebeurd.'"
Hoewel Foke haar ouders niet heeft gekend, blijft de oorlog haar altijd achtervolgen. Ook nu nog.