In de verzetsgroep werken de meiden heel goed samen.
Commandant
De commandant van de verzetsgroep, Frans van der Wiel, geeft opdrachten. De stoere Truus krijgt meestal de leiding.
Verzetswerk
De meiden trekken er op hun fiets dag en nacht op uit. Ze hebben altijd een pistool bij zich. Ze verspreiden verzetskranten, brengen joodse kinderen naar onderduikadressen, vervoeren wapens en blazen bruggen op.
Truus: ‘Van je pistool – zo voelden we ‘t – hing je leven af. Zonder dat ding voelde je je niet veilig op straat.’
Steeds harder
Als jonge vrouwen kunnen ze makkelijk aanpappen met Duitsers. Ze doen dat om inlichtingen te verzamelen over bunkers en mijnenvelden. De acties waar de drie meiden aan meedoen worden steeds harder. Ze krijgen het er steeds moeilijker mee.
![]() |
| Freddie repareert lekke band. |