In de zomer van 1943 komen er opnieuw Marokkanen in Zeeland. Het zijn gevangenen genomen soldaten (‘krijgsgevangen’) die als dwangarbeiders voor de Duitsers moeten werken.
 |
| Groep krijgsgevangenen. |
Atlantik WallDe Marokkanen moeten van de Duitsers meehelpen met het bouwen van de Atlantik Wall, de grote Duitse verdedigingslinie langs de kust. De inwoners van Zeeland hebben nog nooit zulke mannen gezien, gehuld in lange donkere jassen, met rare hoofddeksels en sandalen.
De Marokkanen worden ondergebracht in kleine kampen bij verschillende plaatsen in Zeeland.
 |
| Slangenstok. Door Marokkaanse krijgsgevangenen uitgesneden en beschildert met slangenfiguren. De herders in Marokko maakten deze slangenstokken als wandelstok en om slangen mee weg te jagen. |
'Ik was negen jaar toen ik in Vlissingen een vreemde groep mensen voorbij zag komen. Donkere mannen, gekleed in vodden, liepen door de Badhuisstraat. Ze werden bewaakt door Duitse soldaten met geweren in de aanslag. Af en toe riepen ze wat onverstaanbaars. Ik wilde een van de mannen een koekje geven, maar ik werd afgesnauwd door een bewaker.'
Piet Quite
VriendschapDe dorpsbewoners hebben medelijden met de vreemdelingen, die ver van huis zijn opgesloten achter prikkeldraad. Ze breien warme mutsen en sjaals voor de gevangenen en brengen soms wat eten.
Als dank krijgen de dorpsbewoners van de Marokkanen zelfgemaakte slangenstokken (zie foto) en ringen van muntgeld. Er ontstaan zelfs vriendschappen tussen dorpsbewoners en Marokkanen.
In het najaar van 1944 vertrekken de Marokkanen onverwachts. Ze worden overgebracht naar kampen in Frankrijk en Duitsland.