Armoede
“Mijn vader reisde voor de oorlog veel. Hij nam altijd speelgoed voor ons mee, zoals deze mooie loopauto. Het was tot onze spijt een van de eerste spullen die mijn moeder verkocht om aan eten te komen. Later ging mijn moeder ook zelf gewassen telen. Ze gebruikte daarvoor dit boek over inheemse planten.”
Hilly Vrijburg, kind van een rijke Nederlands-Indische familie.
Ook buiten de kampen is het leven zwaar. Het gaat slecht met de economie. De Japanners betalen de Nederlanders geen loon en pensioen meer. Er zijn veel werklozen. De bevolking wordt steeds armer en veel mensen lijden honger.
Kampongs
Veel Nederlands-Indische families gaan bij elkaar wonen of verhuizen naar hun Indonesische families in de kampongs. Zo kunnen ze voor elkaar zorgen. Maar ze zijn de hele tijd bang om te worden opgepakt omdat ze anti-Japans zijn.
De Chinezen
De Chinezen hebben het nog best goed in Indië. Ze zijn onmisbaar voor de economie, omdat ze altijd bezig zijn geweest met de handel,. Zonder de Chinezen kunnen ook de Japanners niks meer kopen in Indonesië. Dit weten de Japanners en daarom laten zij de Chinezen met rust.
Werken voor de Japanners
De Japanners sturen werkloze Indische Nederlanders naar landbouwkolonies. Indonesiërs en Nederlands-Indische jongeren moeten naar werkkampen of ze worden door de Japanners gebruikt als hulpsoldaat (heiho in het Japans). Ze moeten de kampen bewaken waar de Nederlanders gevangen zitten. In 1943 richten de Japanners een echt Indonesisch leger op.
Er worden ook Indonesiërs ingezet als romoesja’s (dwangarbeiders). Zij moeten zo hard werken dat er tienduizenden sterven. Indonesische en Nederlands-Indische meisjes worden gedwongen om prostituee te zijn voor de Japanners. Ze worden ianfoes (troostmeisjes) genoemd.
“Ze beloofden ons werk buiten het kamp, maar we werden naar een legerbordeel gebracht. In het bordeel droeg ik een witte jurk met varens. Zo deed ik mijn plicht. De jurk werd elke dag gewassen. Zelf wilde ik ook steeds baden, zo vies voelde ik me. Ik hield het vol door mijn gevoel uit te schakelen.” Ellen van de Ploeg
Vertrouwen in de Japanners verdwijnt
In het begin waren veel Indonesiërs blij met de komst van de Japanners. Ze zouden Indië namelijk van de Nederlanders bevrijden. Maar door de harde onderdrukking en de toenemende armoede verliezen veel Indonesiërs hun vertrouwen in de Japanners. Ze willen onafhankelijkheid los van Nederland én los van Japan.