“Het was een tijd van barre ellende. De Jap wilde niet alleen een spoorweg aanleggen, maar ook dat daarbij zoveel mogelijk mensen zouden omkomen. Dat laatste is voortreffelijk gelukt. In Kamp 2, het ziekenkamp, kwam je alleen om dood te gaan.”
Ingenieur Meijer, werkte aan een spoorweg in de Indonesische jungle
Werkkampen
De gevangen soldaten worden opgesloten in werkkampen. Gevangenen moeten spoorwegen aanleggen. Het is ontzettend zwaar werk. Er zijn geen machines. Ze moeten met zware stenen en houten en ijzeren balken slepen. De ijzeren bouten moeten ze met een hamer door het hout slaan. Duizenden dwangarbeiders sterven door ziekte en uitputting.
Mannen- en vrouwenkampen
Steeds meer Nederlandse burgers en Indische Nederlanders worden opgesloten in kampen. Er zijn aparte kampen voor mannen en vrouwen. Jongens blijven tot hun tiende of twaalfde jaar bij hun moeder in het vrouwenkamp. Daarna moeten ze naar een mannenkamp.
Koerier Wolff
Ria Bussink zit samen met haar moeder, zusje en broertje in kamp Ambarawa.
“Toen mijn broertje twaalf werd moest hij met een groep leeftijdsgenootjes naar een apart jongenskamp. Dit afscheid was voor de moeders en kinderen iets vreselijks.'
Wolff, de hond van de familie Bussink, had contact gehouden met de familie in het kamp. Hij is heel slim en blijft uit handen van de Japanners.
"Wolff kwam erachter dat het jongenskamp vlak bij ons kamp lag. Met een brief onder haar halsband of in haar bek en met de woorden ‘ga het aan je baasje brengen’ vertrok ze, om soms dagen later terug te komen met antwoord.”
Kampschool
Onderwijs in de kampen is verboden. In de vrouwenkampen geven de moeders de kinderen toch les.
Frits Looman: “We kregen les in de eetzaal. Om iedere tafel was een klas geformeerd van 6 à 7 jongens. We hadden geen boeken. We hebben les gekregen totdat we naar het kamp Si Rengo Rengo werden overgebracht. Daar waren de omstandigheden zo slecht dat we niets meer deden.”
Strenger
In het begin zijn de kampen voor de gewone burgers nog niet helemaal afgesloten van de buitenwereld. Maar na een tijd komt om de kampen een bamboe hek met prikkeldraad. De regels worden strenger. De gevangenen krijgen een nummer op hun kleding. Twee keer per dag moeten alle bewoners op een appèlplaats staan om te worden geteld. Ongeveer één op de acht gevangenen sterft, doordat ze te hard moeten werken en te weinig eten krijgen.