Veiligheid
Tussen 1945 en 1949 worden 110.000 Nederlanders en Indische Nederlanders voor hun veiligheid naar Nederland gebracht. Het zijn vooral oudere mensen en weduwen en wezen. De meesten gaan nooit meer terug naar Indonesië.
Vaderland
In 1949 is het zover: Indonesië is geen Nederlandse kolonie meer, maar een onafhankelijke republiek. Nog eens 100.000 Nederlanders en Indische Nederlanders gaan naar Nederland. Nederland is voortaan hun vaderland, maar velen zien het land nu voor de eerste keer.
Niet gastvrij
"Ik vond het heel erg om afscheid te moeten nemen van Indië. Toen het schip vertrok stond ik te grienen op het achterdek. Het was ook míjn land! De ontvangst in Nederland was afschuwelijk. Het eerste wat mijn oom zei was: kom maar niet aan met je verhalen, want het is hier veel erger geweest."
Bep Stenger, Nederlandse die vanwege haar verzetswerk heeft gevangengezeten.
In Nederland willen de mensen eigenlijk liever niet dat al deze mensen komen. De oorlog is net voorbij en heeft in Nederland veel schade veroorzaakt. Er zijn onvoldoende huizen. Omdat het voor de Nederlanders gevaarlijk is om in Indonesië te blijven, mogen ze toch komen van de regering. Erg gastvrij zijn de Nederlanders dan niet.
Molukkers naar Nederland
“Mijn vader werd door de Indonesiërs als landverrader gezien. Hij stond op een zwarte lijst. Ons gezin moest op stel en sprong weg. Er werd beloofd dat we weer naar ons eigen land zouden gaan, de Molukken, maar dat is nooit gebeurd.”
Ferry Kaihatu, Molukker
In 1950 en 1951 komen er vooral bestuurders en oud-soldaten vanuit Indonesië naar Nederland. Onder hen zijn 12.500 Molukkers. De Indonesiërs vinden de Molukse KNIL-miltairen landverraders, en ook Nederland zit niet op hen te wachten.
Anti-Nederland
Van 1952 tot 1957 komt er weer een grote groep Indische-Nederlanders naar Nederland omdat de mensen in Indonesië weer meer anti-Nederlands worden. In 1957 besluit de regering in Indonesië dat iedereen met de Nederlandse nationaliteit móet vertrekken.