‘We waren toch onder de Nederlandse vlag geboren. Als je vader in nood is dan ga je toch helpen? Ook al is het je stiefvader.’
William Watson
De West heeft geen echt leger. De Surinaamse Schutterij bestaat uit 180 soldaten. Op de Antillen is het niet veel beter. In 1939 stuurt Nederland een paar honderd soldaten en wat wapens naar de Antillen. Engeland stuurt soldaten om de olieraffinaderijen te beschermen. In 1941 stuurt Amerika ook soldaten naar Suriname.
Dienstplicht
‘Ik heb oproepkaarten voor dienstplichtigen huis aan huis bezorgd, want niet iedereen wilde in het leger gaan. Ze waren bang om te worden doodgeschoten.’
Esseline Bolwerk
De West richt een eigen leger op. Op de Antillen en in Suriname wordt de dienstplicht ingesteld. Er melden zich ook mannen en vrouwen vrijwillig aan, maar niet voldoende. Uiteindelijk bestaat de Surinaamse landmacht uit ongeveer 5.000 soldaten. Dat is vijftien keer zoveel als voor de oorlog.
Gunners
‘Er werd gevaren in konvooien van 100 tot 150 schepen. Die werden steeds door Duitse duikboten bedreigd. We wierpen regelmatig dieptebommen en vuurden met onze kanonnen zodra we zelfs maar een schaduw zagen.’
Jacques Lemmer
Tweehonderd vrijwilligers beschermen schepen die olie of bauxiet vervoeren. Deze ‘gunners’ beschermen de schepen tegen Duitse onderzeeboten. Zeker 39 Antilliaanse soldaten worden tijdens de gevechten op zee gedood. Ook veel Surinamers overleven het niet.
Nederlandse soldaten
De Nederlandse regering zit tijdens de oorlog in Londen. De regering stuurt soldaten vanuit Engeland. Deze 156 mannen (van de Prinses Irene Brigade) moeten de olieraffinaderijen en bauxietboten beschermen.