Voor als je op de basisschool zit.
TIP
Als je het onderdeel Nederland onder Het koninkrijk leest heb je veel informatie waaruit je een onderwerp voor een werkstuk kunt halen.
De teksten die in dit onderdeel van de website staan kun je ook downloaden als een Word-tekst of als een pdf. Klik daarvoor op het rode Word of pdf.
Stap voor stap
Als je het stap voor stap aanpakt gaat het een stuk makkelijker:
1. kiezen van een onderwerp
2. verzamelen van informatie
3. schrijven
4. afwerking
1. Kiezen van een onderwerp
Kies een onderwerp dat niet te groot is. 'De Tweede Wereldoorlog' is een veel te groot onderwerp. 'Nederland in de Tweede Wereldoorlog' is al een stuk kleiner maar nog steeds erg uitgebreid.
Op deze site gaat het over Nederland tijdens de oorlog. Je vindt hier allerlei onderwerpen. Op de homepage zie je al 15 thema's. Kies een onderwerp uit en bekijk alles wat daarbij hoort (klik maar door aan de rechterkant).
Voorbeeld
Stel, je kiest het onderwerp: het Gewapend Verzet in Nederland in 1940 -1945. Daarmee ben je weer een stap verder. Het is nog steeds een uitgebreid onderwerp maar je kunt nu alvast informatie verzamelen, om te kijken wat er allemaal aan het onderwerp vastzit.
Als je je erin verdiept, kom je er achter dat er allerlei soorten gewapend verzet waren. Nu kan je kiezen: ga je nog verder toespitsen, over bijvoorbeeld sabotage, of knokploegen, of over bepaalde personen zoals Hannie Schaft? Of hou je het bij het onderwerp Gewapend Verzet? Dat moet je zelf bepalen. Op deze site vind je in ieder geval de eerste informatie die je nodig hebt om een keuze te maken.
2. Verzamelen van informatie
Je moet eerst informatie verzamelen om je onderwerp te kiezen (zie hierboven). Daarna verzamel informatie over jouw onderwerp. Daarmee maak je het werkstuk. Informatie verzamelen houdt in: informatie overnemen uit de bronnen.
Veel vind je hier op deze site. Vergeet niet de DIGITALE EXPO af te zoeken voor extra informatie en plaatjes.
Wil je ook op andere plekken zoeken, ga dan naar de bibliotheek, kom naar het Verzetsmuseum, of bekijk deze site:
www.annefrank.nl/werkstukwijzer.
3. Schrijven
Uit de informatie die je hebt verzameld maak je een nieuw verhaal. Dat wordt de tekst van je werkstuk.
Denk daarbij aan het volgende:
* Schrijf geen lappen tekst over. Gebruik zoveel mogelijk je eigen woorden.
* Gebruik dus geen woorden die je niet kent. Kom je een moeilijk woord tegen, vraag dan thuis of op school wat het betekent. Je kunt ook in het woordenboek kijken.
* Verdeel je tekst in stukjes en pen of tik geen pagina's achter elkaar vol. Begin je over een nieuw onderwerp dan kun je een regel open laten. Je kunt er ook een kopje boven zetten dat goed aangeeft waar dat stukje over gaat.
* Schrijf je stukjes precies over (citaten) dan moet je ze tussen aanhalingstekens "....." zetten. Schrijf er dan tussen haakjes achter waar je het uit hebt gehaald. (bv. Jongerensite Verzetsmuseum Amsterdam)
* Zorg dat je plek hebt voor plaatjes die je erbij wilt plakken. Het plaatje moet passen bij de tekst: het maakt wat je te vertellen hebt duidelijker. Soms is het nuttig om bij het plaatje te schrijven wat het is en waar je het vandaan hebt.
* Als je werkstuk veel pagina's heeft dan is het handig een inhoudsopgave te maken. Vraag de docent of dat moet. Kijk in een boek als voorbeeld.
4. Afwerking
* Je werkstuk moet een mooie verzorgde voorkant krijgen. Als iets er van buiten al slordig uitziet maakt dat geen goede indruk. Op de voorkant zet je de titel van het werkstuk en je naam. Je kunt er foto's of tekeningen op plakken en het een kleurtje geven.
* Nummer de pagina's.
* Zorg dat de bladzijden goed bij elkaar gehouden worden: een ringmap, een klemband, of een andere stevige manier. De bladzijden moeten ook goed omgeslagen kunnen worden.
* Schrijf niet zo dicht op de zijkant van het papier dat het niet te lezen is als je de pagina's samenvoegt. Laat ook voldoende 'wit' (dus niet alles propvol).