In de omgeving van het Verzetsmuseum is veel te zien dat herinnert aan de de bezetting, de jodenvervolging en het verzet. De Plantagebuurt grenst aan de oude ‘Jodenhoek’ (een buurt in Amsterdam waar eeuwenlang al veel joden woonden). De Plantagebuurt werd een van de nieuwe buurten waar vanaf ongeveer 1900 veel Amsterdamse joden gingen wonen. In februari 1941 moest van de Duitsers de Jodenhoek een ‘Joodsche wijk’ worden. Er werden daarvoor zelfs borden met die tekst om de wijk neergezet. De Duitse bezetters overwogen er een getto (afgesloten wijk) van maken. De niet-joodse bevolking (bijna de helft) zou dan moeten verhuizen. Dit plan werd niet uitgevoerd, maar de Duitsers hadden ook geen getto nodig. Door allerlei maatregelen lukte het ze de joden geleidelijk af te zonderen van de rest van de bevolking.
![]() |
![]() |
Gebouw Plancius is een opvallend pand. Plancius is gebouwd door de joodse zangvereniging ‘Oefening Baart Kunst’ in 1875/76. Het pand kwam te staan in de oude, parkachtige ‘Plantage’, die in die tijd werd bebouwd met woningen voor de rijkere mensen.
Op het bouwterrein had eerder een buitenhuis gestaan met de naam ‘Plancius’, genoemd naar de rond 1600 levende predikant en zeevaartkundige Petrus Plancius. Daarom werd het nieuwe gebouw ook zo genoemd.
In 1913 veranderde Gebouw Plancius van eigenaar en werd het een garage voor taxi’s. Tijdens de Tweede Wereldoorlog ging het taxibedrijf door het benzinegebrek weer paarden en wagens gebruiken. Aan het eind van de oorlog stalde de Duitse bezetter er een aantal voertuigen. Plancius bleef tot in de jaren negentig een garage, uiteindelijk van de Amsterdamse verkeerspolitie.
![]() |
In september 1941 werd het voor joden verboden om Artis of welke 'openbare inrichting' dan ook te bezoeken. Joodse leden van Artis kregen een briefje dat ze geen lid meer mochten zijn. Tijdens de hongerwinter (de laatste winter van de oorlog) had Artis ook gebrek aan voedsel en brandstof.
Begin 1945 slachtten indringers een varken op de kinderboerderij. Op de zolders van de dienstgebouwen hebben 150 tot 300 onderduikers zich schuilgehouden. Er is nooit een razzia geweest.
![]() |
In maart 1943 werd het Amsterdamse bevolkingsregister, schuin tegenover Gebouw Plancius, door een aanslag verwoest. Het was een spectaculaire verzetsdaad die veel opzien baarde. Maar de voortgang van de razzia’s op joden werd er niet door gehinderd. In september 1943 werden de laatste joden opgepakt en gedeporteerd. Bij gewapend verzet (thema's) vind je meer informatie over die aanslag.
![]() |
Een herinneringsplaquette naast de deur herinnert aan de aanslag.
![]() |
Nummer 4: Monument voor het kunstenaarsverzet
Aan het plantsoen aan de Plantage Middenlaan staat dit bronzen monument. Het is in 1973 gemaakt. Het stelt een liggende figuur voor, de vuist geheven. Daarmee wordt het verzet uitgedrukt.
Beeldhouwer Gerrit van der Veen leidde vervalsingsgroep (pb's) en nam deel aan de aanslag op het bevolkingsregister (zie boven). Het monument verwijst naar zijn dood voor het vuurpeloton, op 10 juni 1944.
![]() |
De schouwburg is nu een gedenkplaats met een namenwand met alle 6.700 familienamen. Dat zijn de namen van alle joodse Nederlanders die zijn weggevoerde en vermoord; de meesten in concentratiekampen van de Duitsers.
De Hollandsche Schouwburg is dagelijks geopend van 11.00-16.00 uur. zie ook: www.hollandscheschouwburg.nl
![]() |
![]() |
Het opschrift luidt: 'Aan allen die hebben geholpen joodse kinderen voor deportatie te behoeden'.
![]() |
![]() |
![]() |
Nummer 8: Wertheimpark
Het Wertheimparkwerd aangelegd ter ere van de joodse bankier en weldoener A. C. Wertheim (1832-1897).
![]() |
![]() |
Nummer 9: Portugees Israelietisch Ziekenhuis
Het voormalig Portugees Israelietisch Ziekenhuis, ofwel het PIZ (spreek uit Pizz), aan de statige Henri Polaklaan, is een van de adressen waar in 1943 joodse mannen uit gemengde huwelijken (van joodse man met niet-joodse vrouw) zijn gesteriliseerd.
Door een man te steriliseren kan hij geen kinderen meer maken. Als beloning zouden die gesteriliseerde mannen niet worden gedeporteerd.
Aan de gevel bevindt zich nog een pelikaan met drie jongen: het symbool van de Portugees-joodse gemeente.