Jan Brasser en Dik Nannes vertellen waarom zij vlak na de bevrijding niet in feeststemming zijn.
Niet iedereen kon feesten
Lees maar.
'Ik heb het feest van de bevrijding niet meegemaakt. Ik was af, af, af ... helemaal kapot, geestelijk kapot. Ik wilde de straat niet op tussen al die hossende en feestvierende mensen. Ik kon 't niet verdragen. Het is een tijd geweest met enorm veel spanning en emoties.
Je had nooit rust, echt rust bedoel ik. Altijd onderweg zijn, altijd op je hoede ... De emoties die je te verwerken had als kameraden gepakt waren ... Je kon er niet lang bij stil blijven staan. Daar was gewoon geen tijd voor.'
Jan Brasser, knokploegleider, Krommenie
![]()
(Dik Nannes)
'Ik had willen onderduiken, maar het kostte geld, en dat had ik gewoon niet. Toen ik terugkwam liep ik in vodden. Opvang was er niet. Van de hervormde kerk had ik wel iets verwacht, ik was er lid van, maar ze deden niets. Je voelde je een tweederangs wezen, ook door opmerkingen op straat, zo van 'waarom ben je niet ondergedoken' en 'hebben ze je nog niet opgepakt'.'
Dik Nannes, teruggekeerd uit de arbeidsinzet in Duitsland