De protestante, katholieke, socialistische en liberale zuil zijn de vier belangrijkste zuilen in Nederland met een grote invloed op het dagelijks leven van de bevolking.
Aparte groepen
Nederlanders leven in de jaren '30 in aparte groepen naast elkaar. Ze leven in hun eigen wereldje. Ze hebben hun eigen politieke partij, sportclub, vereniging, krant, omroep (radio), kerk, school.
Vier grote groepen
Er zijn vier grote groepen: de protestanten, de katholieken, de socialisten en de liberalen. In het zuiden wonen veel katholieken, in het noorden vooral protestanten. Liberalen wonen in de dure wijken, en in de arbeiderswijken wonen veel socialisten. Door de verzuiling komt het bijna niet voor dat een protestant trouwt met een katholiek, of een christen met een socialist.
- De protestante zuil is sober, zuinig. Ze leven volgens de regels van hun kerk. Protestanten zijn onderdeel van de christelijke kerk.
- De katholieke zuil groeit snel. Ze hebben grote gezinnen. Katholieken zijn ook onderdeel van de christelijke kerk. Maar de katholieken in Nederland hebben zich lang achtergesteld gevoeld ten opzichte van de protestanten. Ze zijn trouw aan de paus in Rome.
![]()
Katholieke zuil: katholieken
hebben vaak grote gezinnen.
(te zien in het Verzetsmuseum).
- De socialistische zuil wil een beter leven voor de arbeider; het is één rode familie. Rood is de kleur van de linkse politiek.
- De liberale zuil is voor de rijkere burgers. Ze willen rust en orde. Ze geloven in het individu en de vrije markteconomie.
![]()
Socialistische zuil
(te zien in het Verzetsmuseum).