Over veel mensen en gebeurtenissen zijn rijmpjes en spottende liedjes gemaakt.
Een paar voorbeelden.
Koot is dood
Bij straatgevechten tussen (joodse) Amsterdammers en NSB'ers komt de NSB'er Koot om het leven. De NSB is zo gehaat dat er een spottende liedje over wordt gemaakt.
Hier ligt Koot,
hij is dood,
stop 'm in een kissie.
Doe er dan wat water
bij dan zwemt ie als een vissie.
Zie ook het onderdeel over de Februaristaking (het 'stop'-handje). Die staking heeft van alles te maken met de dood van Koot.
Als kind zongen we liedjes
Een meneer uit Heemstede heeft het Verzetsmuseum een aantal liedjes gestuurd die hij als kind vaak zong. Hij was 9 jaar aan het begin van de oorlog.
Hij schrijft: Als we de kans kregen zongen we uit volle borst, maar het was wel uitkijken geblazen. Vooral op school, waar NSB kinderen je konden verraden. (...) In tijden van angst worden er ook veel grapjes en liedjes gemaakt. Misschien raar, maar waar!
Over NSB'ers (landverraders) die hun krant verkopen:
Op de hoek van de straat staat een NSB'er,
't Is geen mens, 't is geen dier, 't is een farizeeer.
Met de krant in de hand, staat hij daar te venten.
En verkoopt zijn Vaderland, voor slechts enk'le centen.
Op de hoek van de straat, staat een orgeldraaier.
't Is geen mens, 't is geen dier, 't is een landverraaier.
Schiet hem dood, net als Koot. Doe hem in een kissie.
Doe er dan wat water bij, dan zwemt ie als een vissie.
Op de wijs van 'Lily Marlene':
Voor de poort van Moskou
Stond een Duits soldaat.
Twee bevroren benen en een bleek gelaat.
Hij stond te bib'ren van de kou,
En dacht waar blijft de Fuehrer nou,
Die ons toch redden zou.
Op de wijs van 'Oranje boven':
Kleurtje boven, kleurtje boven,
leve je weet wel wie.
Weg met - ik mag niet zeggen
leve je weet wel wie.
Kleurtje boven, kleurtje boven,
leve je weet wel wie.