Niet alle onderduikers hoeven zich de hele dag te verstoppen in hun schuilplaats. Vooral op het platteland helpen de onderduikers overdag mee met het werk op het land of in de stal of schuur.
Joodse kinderen
In het plaatsje Tienray in Noord Limburg hebben 123 joodse kinderen ondergedoken gezeten die gewoon naar school gingen. Ze waren zogenaamd geen joodse kinderen maar 'gewone' kinderen afkomstig uit het gebombardeerde Rotterdam.
![]()
Eén van de kinderen: Abraham Deen.
Kort na de oorlog is een album gemaakt door Mien van de Voort voor haar zuster Hanna. De kraamverzorgster Hanna van de Voort organiseerde de hulp aan 123 joodse onderduikkinderen. Zij deed dit samen met de joodse onderduiker Kurt Loewenstein en de ondergedoken student Nico Dohmen.
De kinderen waren bijna allemaal door de verzetsgroep van Piet Meerburg weggesmokkeld uit de crèche tegenover de Hollandsche Schouwburg (vlakbij het Verzetsmuseum). In die schouwburg werden joden uit Amsterdam voor deportatie verzameld.
Tienray
In Tienray bleven de kinderen eerst een paar dagen bij de familie Van de Voort om aan de onderduiksituatie te wennen. Daarna werden ze ondergebracht op diverse adressen in de omgeving.
De kinderen kregen een schuilnaam en een identiteitskaart van het Centraal Bureau voor Kinderuitzending uit het gebombardeerde Rotterdam. 'Tante Hanna' en 'Oom Nico' - zoals ze werden genoemd - bleven contact houden met de onderduikertjes.
Fotoalbum
De foto's van de kinderen zijn meestal gemaakt door de onderduik-ouders. Mien van de Voort heeft ze bij elkaar gezocht en er verhalen bij opgetekend. Later heeft Nico Dohmen informatie toegevoegd, veelal op de linkerpagina's van het album.
Hanna van de Voort overleed in 1956. Ze werd in 1987 voor haar verzetswerk postuum geëerd met een Yad Vashem-onderscheiding. Nico Dohmen schonk het album in 1998 aan het Verzetsmuseum Amsterdam.
![]()
(Nico Dohmen)