Naoorlogse historici schreven vergoelijkend over Joodse informanten. Dat stelt schrijver/journalist Sytze van der Zee, die heeft gespeurd naar de omvang van het Joodse verraad in de oorlog.
Zie ook de bijeenkomst op 16 maart 2010 van Helden en schurken - serie bijeenkomsten over de bezetting in het Verzetsmuseum.
Zeker 120 in Nederland wonende Joden hebben tijdens de Duitse bezetting met de autoriteiten samengewerkt bij het opsporen van onderduikers. Dit stelt schrijver/journalist Sytze van der Zee (onder andere oud-hoofdredacteur van Het Parool) vast in zijn boek Vogelvrij, de jacht op de Joodse onderduiker, dat maandag verschijnt. Enkele Joodse collaborateurs hebben, aldus Van der Zee, ‘tientallen, soms meer dan honderd onderduikers verraden’.
 |
| De familie Joseph, van wie vader Berthold (staand), dochter Resi en zoon Bernhard na de oorlog wegens verraad werden veroordeeld. |
Honderden mensenlevens Met een van hen, de uit Duitsland afkomstige Bernhard Joseph (1923), heeft Van der Zee gesproken. Joseph, die op het moment van dat gesprek in een Duits ziekenhuis verbleef, was weliswaar niet erg mededeelzaam, maar verhulde niet destijds te hebben geloofd in de nationaal-socialistische zaak. Van der Zee gaat ervan uit dat hij honderden mensenlevens op zijn geweten heeft.
Naast de verraders die uit overtuiging handelden, onderscheidt Van der Zee de Joden die de Duitsers hielpen bij de opsporing en confiscatie van Joods vermogen, de sjoemelaars die na het plegen van kleine delicten op het pad van de collaboratie waren geraakt, en – de grootste groep – de mensen die, na zelf te zijn opgepakt, voor de bezetters gingen werken in de (vaak ijdele) hoop daarmee het eigen leven te kunnen redden. ‘Deze informanten moesten, voor ze werden vrijgelaten, eerst vijf adressen van onderduikers noemen. Op die adressen moesten de gezochten ook metterdaad worden aangetroffen.’
Lees meer (19 februari 2010)
Lees de recensie van Anet Bleich in De Volkskrant Vreemd smakende omelet van fout en goed.
De laatste alinea van de uitgebreide recensie geeft de kern van haar bezwaar tegen de besproken boeken (met name dat van Van de Zee) weer:
De historica Evelien Gans schreef onlangs een kritische beschouwing (‘Iedereen een beetje slachtoffer, iedereen een beetje dader’, De Groene Amsterdammer, 28 januari) over de ‘grijze’ benadering van de Tweede Wereldoorlog (naar Grijs verleden van Chris van der Heijden). Ze vergelijkt die ‘vergrijzing’ met ‘een schaakspel(. . .) waarvan de uitkomst er grof gezegd op neerkomt dat SS’ers best gevoelig kunnen zijn en Joden misdadig’. Dat spelletje heeft Van der Zee in Vogelvrij ad nauseam gespeeld.
Lees meer