De omgeving van Gebouw Plancius is nauw verbonden met de geschiedenis van de bezetting en het verzet. Grenzend aan de oude ‘Jodenhoek’ werd de Plantagebuurt een van de nieuwe buurten waar vanaf ongeveer 1900 veel Amsterdamse joden gingen wonen. In februari 1941 werd de Jodenhoek op last van de bezetter met borden gemarkeerd als ‘Juden Viertel, Joodsche wijk’. Duitse autoriteiten overwogen er een getto van maken. De niet-joodse bevolking (ca. 46%) zou dan moeten verhuizen. Dit plan werd niet uitgevoerd, maar de Duitsers hadden ook geen getto nodig. Door een reeks maatregelen werden de joden geleidelijk afgezonderd van de rest van de bevolking.
![]() |
De routebeschrijving voor een wandeling door de Plantagebuurt kunt u hier downloaden als word-document of als pdf.
![]() |
Gebouw Plancius is een opvallend pand in neoclassicistische stijl. In 2000 is het op de monumentenlijst geplaatst. Plancius is gebouwd als sociëteitsgebouw van de joodse zangvereniging ‘Oefening Baart Kunst’ in 1875/76, de jaren van de emancipatie van het joodse proletariaat. Het pand verrees in de oude, parkachtige ‘Plantage’, die in die tijd werd bebouwd met woningen voor de ‘betere klasse’.
Op het bouwterrein had eerder een buitenhuis gestaan met de naam ‘Plancius’, genoemd naar de rond 1600 levende predikant en zeevaartkundige Petrus Plancius. Die oude naam werd overgedragen op het nieuwe gebouw. De zalen van Plancius werden niet alleen gebruikt voor muziek. Er waren ook feesten en partijen, synagogediensten en politieke bijeenkomsten, vooral van de socialistische beweging, waarin joodse arbeiders een voortrekkersrol vervulden. Koffiehuishouder L. G. Breijman was mede-exploitant van het gebouw.
In 1913 veranderde Gebouw Plancius van eigenaar en werd het een garage voor taxi’s. Er werd een grote hal aan de achterkant gebouwd - de tegenwoordige vaste expositieruimte. Tijdens de Tweede Wereldoorlog ging het taxibedrijf door het benzinegebrek weer paarden en wagens gebruiken. Aan het eind van de oorlog stalde de Duitse bezetter er een aantal voertuigen. Plancius bleef tot in de jaren negentig een garage, uiteindelijk van de Amsterdamse verkeerspolitie. De leegstaande en vervallen bovenverdiepingen werden toen tijdelijk gebruikt door een aantal dans- en mimegezelschappen. Er was al jaren gezocht naar een nieuwe bestemming toen het Verzetsmuseum een deel van het pand kocht. De bovenverdiepingen kwamen in particulier bezit en werden verbouwd tot appartementen.
![]() |
In september 1941 werd het voor joden verboden om Artis of welke 'openbare inrichting' dan ook te bezoeken. Joodse leden van Artis ontvingen een bericht van uitschrijving. Tijdens de hongerwinter worstelde ook Artis met gebrek aan voedsel en brandstof.
![]() |
![]() |
Een herinneringsplaquette naast de deur herinnert aan de aanslag.
Sla nummer 4 over voor de korte route.
![]() |
Nummer 4: Monument voor het kunstenaarsverzet
Aan het plantsoen aan de Plantage Middenlaan staat dit bronzen monument, in 1973 gemaakt door beeldhouwer Carel Kneulman (ook van Amsterdamse Lieverdje). Het stelt een liggende figuur voor, de vuist geheven.
Beeldhouwer Gerrit van der Veen leidde vervalsingsgroep (pb's) en nam deel aan de aanslag op het bevolkingsregister (zie boven). Het monument verwijst naar zijn dood voor het vuurpeloton, op 10 juni 1944.
![]() |
De schouwburg is nu een gedenkplaats met o.m. een namenwand met alle 6.700 familienamen van de uit Nederland gedeporteerde en vermoorde joden.
De Hollandsche Schouwburg is dagelijks geopend van 11.00-16.00 uur. Zie ook: Hollandsche Schouwburg.
![]() |
![]() |
Het opschrift luidt: 'Aan allen die hebben geholpen joodse kinderen voor deportatie te behoeden'.
Sla nummer 7 over voor de korte route.
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
Nummer 9: Portugees Israelietisch Ziekenhuis
Het voormalig Portugees Israelietisch Ziekenhuis,ofwel het PIZ (spreek uit Pizz), aan de statige Henri Polaklaan, is een van de adressen waar in 1943 joodse mannen uit gemengde huwelijken zijn gesteriliseerd. Ze zouden dan niet worden gedeporteerd.
Aan de gevel bevindt zich nog een pelikaan met drie jongen: het symbool van de Portugees-joodse gemeente.