Dick van Straaten, historicus, is werkzaam bij de Hogeschool van Amsterdam. Hij leidt studenten op tot leraar geschiedenis op het vmbo en de onderbouw van havo/vwo. Dick van Straaten komt al geruime tijd bi jhet Verzetsmuseum Amsterdam. Zo zat hij in de klankbordgroep voor de succesvolle stripboekexpositie ‘De Ontdekking’. Enkele jaren geleden initieerde hij excursies naar het Verzetsmuseum voor zijn studenten.
Studenten beleven geschiedenis
“Mijn eerstejaars studenten zijn nog jong. Ze komen net van het havo of het mbo. Hun kennis van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog is over het algemeen beperkt. Maar straks moeten ze er wel les over kunnen geven! Daarom besloot ik mijn klas mee te nemen naar het Verzetsmuseum, in mijn optiek de beste plek om dit stuk van de geschiedenis te beleven. We kregen een goede rondleiding en de studenten verwierven in kort bestek veel kennis en inzicht. En ze vonden het nog leuk ook. Mijn tweede doel was om de studenten te laten nadenken over het museum zelf. Op welke manieren presenteert het museum de objecten, documenten en verhalen? Hoe zijn de teksten geschreven? Lukt het om de oorlogsjaren voor leerlingen dichtbij te brengen? Zo wordt het museum een studieobject.
Vakdidactiek
Inmiddels is dit een vast onderdeel geworden bij de colleges vakdidactiek in het tweede jaar van de opleiding. Hier leren de studenten ook hoe zij als toekomstige leraar de praktische kanten van een museumbezoek moeten regelen. Als je een excursie plant, waar moet je dan allemaal aan denken? Hoe bereid je de leerlingen voor? En welke afspraken maak je met het museum?
Nadenken over dilemma's
Het meest waardevolle aspect van het Verzetsmuseum Amsterdam vind ik de aandacht voor dilemma’s. Problemen en overwegingen zoals de mensen die toen ervoeren. Ik merk dat onze studenten, net als veel Nederlanders, graag denken in termen van goed en fout handelen. Maar ik wil dat ze leren inzien dat wij nu de afloop kennen, dat wij nu weten dat de bezetting ‘slechts’ vijf jaar duurde. In de zomer van 1940 zag het ernaar uit dat de Duitsers langer zouden blijven. Dat mag je niet vergeten. Anders kun je geen werkelijk historisch besef ontwikkelen. Dan blijf je steken in clichés. Dat verzetsmensen alleen maar stoere mannen met pistolen waren, bijvoorbeeld. In het Verzetsmuseum Amsterdam zie je dat verzet ook kan bestaan uit meer ludieke acties: OZO op de muren kalken, moppen over Hitler tappen. Maar je leert ook dat veel mensen helemaal geen keuze tussen ‘goed’ en ‘fout’ wilden of moesten maken.”
(december 2008)