Gelijkschakeling

Een belangrijk deel van het verzet richtte zich tegen de 'gelijkschakeling', de pogingen van de bezetter en de NSB om Nederland in nationaal-socialistische trant te (re)organiseren. De illegale pers bijvoorbeeld was de verzetsreactie op de gelijkschakeling van de vrije pers.

Het kunstenaarsverzet was gericht tegen de Kultuurkamer, een verplichte beroepsorganisatie. Het artsenverzet was gericht tegen de Artsenkamer (idem). Ook de pamflet-acties en het 'kleine verzet' tegen Winterhulp Nederland passen in dit rijtje.

De term gelijkschakeling, eigenlijk een term uit de elekrotechniek, werd door de nazi's voor het eerst in politieke zin gebruikt. Gelijkschakeling, het op één politieke lijn brengen van alle sectoren van de maatschappij, is het streven van elk totalitair regime.

Eenheidsorganisaties
In Duitsland was de 'Gleichschaltung' in 1933 begonnen, met de uitschakeling van alles wat met democratie en vrije meningsuiting te maken had. Daarmee werd de weg vrijgemaakt voor het andere aspect van de gelijkschakeling, de invoering van eenheidsorganisaties om 'de kracht van het volk te bundelen'. Met 'het volk' bedoelden de nazi's uiteraard alleen de 'ariërs'. Zelfs in Duitsland lukte de gelijkschakeling niet helemaal.

Een hindernis bij de gelijkschakeling van het bezette Nederland was dat het nationaal-socialisme hier maar weinig aanhang had. Rijkscommissaris Seyss-Inquart hield hier de eerste maanden rekening mee, in de illusie dat de Nederlanders wel zouden bijdraaien. De nazi's kleedden hun bedoelingen in.

Winterhulp Nederland
Een voorbeeld hiervan was de presentatie van 'Winterhulp Nederland' (WHN), in het najaar van 1940. De organisatie Winterhulp, een copie van de Duitse 'Winterhilfe', zou voortaan hulpbehoevende Nederlanders, vooral grote gezinnen, de winter doorhelpen. Het benodigde geld zou onder meer bij straatcollectes worden ingezameld. De oude bekende Nederlandse organisaties mochten niet meer op straat collecteren. WHN was een nationaal-socialistische organisatie, maar ze werd met veel tam-tam gepresenteerd als niet-politiek.

Geld geven aan 'Winterhulp' werd warm aanbevolen door vertrouwde Nederlandse gezagsdragers, waaronder burgemeesters. De Winterhulp-actie van 1940 vond nog wel weerklank bij het publiek. Later groeide het wantrouwen: waar ging dat geld naar toe? Winterhulp-collectanten kregen steeds meer spot en beledigingen te verduren. En er werden pamfletjes verspreid met waarschuwende teksten: 'Winterhulp is oorlogshulp'.

Een eerste teken dat de Nederlanders niet de kant van de nazi's zouden kiezen was Anjerdag 1940. Nog veel duidelijker bleek het bij de Februaristaking van 1941. De bezetters gingen steeds meer dwang toepassen. De door de nazi's gewenste eenheidsorganisaties kwamen er - als het niet goedschiks kon, dan maar kwaadschiks.

Landstand
In die organisaties kregen NSB'ers een belangrijke rol. De NSB'er Roskam ('de Drentse boerenleider') had de leiding over de Nederlandse Landstand, waarin alle Nederlandse boeren verenigd moesten worden.

Kultuurkamer
De NSB'er dr. Toby Goedewaagen werd, als hoogste ambtenaar van het 'Departement voor Volksvoorlichting en Kunsten', verantwoordelijk voor de Kultuurkamer. Via die Kultuurkamer, opgericht in november 1941, moest de hele culturele- en amusementssector onder de nationaal-socialistische noemer worden gebracht. Voor alle 'arische' kunstenaars, schrijvers, artiesten, dansschoolhouders was vanaf het voorjaar van 1942 inschrijving bij de Kultuurkamer verplicht.

Er ontstond een tegenstelling tussen degenen die lid werden, meestal uit angst hun werk te verliezen, en de principile weigeraars. In zijn illegale 'Brandarisbrief' had Willem Arondéus zijn medekunstenaars al enige tijd voor de nazi-dwang gewaarschuwd. De Brandarisbrief ging in 1942 op in het illegale blad De Vrije Kunstenaar, van o.a. Gerrit van der Veen.

Artsenkamer
Een met de Kultuurkamer vergelijkbare organisatie was de Artsenkamer, de verplichte beroepsorganisatie voor medici. Een grote groep artsen, verenigd in de illegale organisatie Medisch Contact, verfoeide de Artsenkamer en voerde er actie tegen.

In maart 1943 bereikte die actie een hoogtepunt. De dokters dekten toen het bordje 'arts' op de gevel van hun praktijk af, bijvoorbeeld met een x van twee pleisters. De artsen waren zogenaamd ineens geen arts meer. Op hun beurt bekladden NSB'ers de gevel dan 's nachts met het woord ARTS. Maar de Artsenkamer bleef een lege huls.