Levensverhalen

Levensverhalen van verzetsmensen in woord en beeld.

Henk van MoockJan van Borssum BuismanBep StengerFons MertensSiet Tammens



Verzetsmensen in beeld
In de filmpjes die je hier kunt zien vertellen vijf mensen over hun verschillende ervaringen in het verzet. De levensverhalen geven inzicht in de gevolgen van de bezetting en in de redenen waarom zij voor het verzet kozen en de invloed die de oorlogservaringen kunnen hebben op het verdere leven.

Start de Levensverhalen.


Henk van Moock
Henk van Moock

Een volksjongen uit de Amsterdamse Jordaan, groeit op in zeer armoedige omstandigheden. Hij raakt als communist al in de jaren dertig betrokken bij de opvang van vluchtelingen uit nazi-Duitsland. Na het uitbreken van de oorlog speeld hij een rol bij de werkverschaffingsstakingen, en bij de Februaristaking tegen de anti-joodse maatregelen. Kort daarna wordt hij gearresteerd. Vier jaar lang verblijft hij in tien verschillende concentratiekampen, waaronder Auschwitz en Mauthausen, maar hij overleeft dankzij zijn grote strijdvaardigheid.


­Jan van Borssum Buisman
Jan van Borssum Buisman

Een Delftse student uit een artistiek milieu raakt betrokken bij het studentenverzet en in 1942 reist Jan door bezet België en Frankrijk naar Zwitserland. Hij wordt gevraagd om te werken voor de Zwitserse Weg, een spionageroute tussen Nederland en Genève. Als geheim agent reist hij illegaal terug naar Nederland om een geheime zending op te halen en hij werkt aan de vervaardiging van microfilms. In 1943 komt zijn groep in conflict met de OD (Orde Dienst), de verzetsgroep van Nederlandse militairen, waarbij zijn broer actief is. Het wordt een pijnlijke kwestie, waar ook na de oorlog nog veel over te doen is. Jan wil alles liever vergeten.
Hij wordt beeldhouwer en stort zich op de kunst.


Bep Stenger
Bep Stenger

Dochter van een officier in Nederlands-Indië leeft in het mondaine koloniale milieu, dat vol zelfvertrouwen is over de positie van de Nederlandse bevolking in Indië. De Japanse bezetting en de hierdoor naar buiten komende opstandigheid van de inheemse bevolking, maakt hieraan een abrupt einde. Alle Nederlanders komen in kampen terecht. Bep raakt betrokken bij een verzetsgroep, die zorgt voor de bevoorrading van een groep militairen, die vanuit de bergen guerrilla voert. De bevolking is grotendeels vijandig gezind en de Japanners onderdrukken het verzet met harde hand. Ook Bep Stenger wordt opgepakt. Ze heeft grote steun aan de onderlinge solidariteit in de vrouwengevangenissen. Na de Japanse capitulatie volgt geen bevrijding, omdat de Indonesische nationalisten de strijd aan gaan tegen de Nederlanders. Tegen haar zin moet Bep haar vaderland verlaten.


Fons Mertens
Fons Mertens

Een jonge Limburgse onderwijzer maakt al kort na het uitbreken van de oorlog een illegaal krantje. Hij neemt dit zelf niet zo serieus, maar de Duitsers dreigen hem te arresteren. Hij verlaat zijn woonplaats Nunhem en raakt in Sevenum betrokken bij de onderduikhulp. Hij beschrijft gedetailleerd de praktische gang van zaken in het verzet. In september 1944 wordt het afgelegen Sevenum frontgebied. Na een grote razzia duikt Fons met anderen onder in een kruipruimte onder het Patronaatsgebouw, waar Duitse militairen zijn ingekwartierd.


Siet Tammens
Siet Tammens

Dochter van een welgestelde Groningse boer gaat hulp bieden als de jodenvervolging begint. Ze wordt, als een van de weinige vrouwen, een kopstuk in het georganiseerde verzet. Ze neemt beslissingen over overvallen en liquidaties. In 1944 wordt ze gearresteerd en ter dood veroordeeld, maar het vonnis wordt niet voltrokken en ze wordt op het Duitse waddeneiland Borkum gevangen gezet. Na de oorlog stort ze in. Ze moet verantwoording afleggen aan mensen die tijdens de bezetting aan de zijlijn zijn blijven staan. Doordat ze is verkracht door een Duitse bewaker kan ze geen kinderen meer krijgen. Teleurgesteld vertrekt ze naar Curaçao. Pas na haar pensioen keert ze terug naar Groningen.