Otto Treffers, assistent-resident op Noord-Sumatra, richt kort na de Japanse inval een verzetsgroep op. Als hij wordt geïnterneerd houdt hij contact met verzetsmedewerkers buiten het kamp. Dochter Ankie zit met haar moeder en zus in een ander kamp:
'Toch hielden we contact. Er werden briefjes van mijn vader gesmokkeld vanuit zijn kamp en wij konden terugschrijven. In de brieven stond altijd: niet bewaren, dat is gevaarlijk, maar moeder heeft de brieven altijd bewaard.



Op een dag vertelde een Rode-Kruiszuster ons dat vader was afgevoerd om te worden gefusilleerd. Een paar dagen later werd het ons officieel meegedeeld door de Japanse kampcommandant. Wij kregen toen een doosje met zijn knopen en manchetten en het embleem van zijn tropenhelm.'