• Museum
  • Tweede Wereldoorlog
  • Kinderen
tweede-wereldoorlog

Samenwerking

De Surinaamse en Antilliaanse schutters werken nauw samen met Amerikaanse militairen. De Schutterij is gemobiliseerd om het land te verdedigen, maar ook om een tegenwicht te kunnen bieden aan de Amerikaanse troepen.

Amerikaanse eigendunk en verwondering
De Amerikanen hebben over het algemeen geen hoge dunk van ‘native Dutch military forces’. De Amerikanen verwonderen zich over de vermenging van de verschillende rassen in de Schutterij. In het Amerikaanse leger zijn gekleurde en blanke soldaten strikt gescheiden.

'Iedereen deed z'n best om onder de dienstplicht vandaan te komen, maar dienstplicht heeft wel meer gelijkheid gebracht: blanke protestanten, blanke steenrijke joden, negers die altijd geleerd hadden nederig te zijn en op te kijken tegen de blanken, het maakte niet uit: wie in 1920 geboren was werd opgeroepen.
Dat die blanke jongens hetzelfde moesten doen als die zwarte jongens gaf de negers meer zelfvertrouwen. Ze merkten dat ze veel dingen beter konden, zoals marcheren en schieten. En ze merkten dat die blanke jongens ook op hun kop kregen van de Nederlandse sergeant. Dat vonden de negers schitterend!’

Jules de Palm

‘In februari 1943 werd ik goedgekeurd als militair, ik was toen 20 jaar. Het hele leger stond onder leiding van witte Nederlanders. We werden niet goed door hen behandeld. Surinamers konden nauwelijks promotie maken, maar Nederlanders van de Prinses Irene Brigade wel. Dat stak natuurlijk. Bovendien verdienden we maar 4,20 per week. We zongen vaak liederen om onze onvrede te uiten.’
Carel Weinchard


Trefwoorden: Verenigde Staten - Schutterij