‘Er was weinig lesmateriaal, we maakten vaak gebruik van stencils. Er werd lesgegeven door mensen uit het bedrijfsleven, onder anderen door iemand van Shell. Iedereen heeft meegeholpen om het onderwijs tijdens de oorlog op peil te houden.’
Zita Moreno, leerling van de nieuwe Algemeene Middelbare School op Curaçao
Onderwijs, taal en literatuur
De ontwikkeling van het onderwijs en de eigen cultuur wordt gestimuleerd doordat het contact met Nederland is verbroken. Suriname en de Antillen krijgen voor het eerst een Algemeene Middelbare School, met een HBS-opleiding.
Radio Hilversum valt weg en daardoor worden de lokale radio-omroepen belangrijk; de CUROM op de Antillen en de AVROS in Suriname. Nederlands is de officiële taal, maar de omroepen gaan ook uitzenden in de volkstalen.
Ook de eigen literatuur ontwikkelt zich. Op de Antillen wordt in mei 1940 het literaire tijdschrift De Stoep opgericht, bedoeld voor Nederlandstalige schrijvers. Veel Antillianen schrijven in dit blad. Het inspireert hen om ook in hun eigen taal te schrijven. In 1944 verschijnt de eerste dichtbundel in het Papiaments: 'Patria' door Pierre Lauffer.
‘In een Curaçao waar angstvallig werd vermeden het Papiaments bij
officiële gelegenheden te gebruiken, waar je op school werd gestraft indien je
Papiaments sprak, was er beslist nog geen plaats voor Papiamentse poëzie. Ik was
er van overtuigd dat de doorbraak moest komen door liedjes: het Curaoçaose volk
is een zingend volk.’
Jules de Palm, een van de drie schrijvers van de liedbundel Cancionero Papiament