In juli 1944 trad de Japanse regering van generaal Tojo af, vanwege het slechte verloop van de oorlog. Toch hield Japan daarna de strijd nog dertien maanden vol. De Verenigde Staten maakten gebruik van hun nieuwe wapen, de atoombom. Op 14 augustus 1945 besloten de Japanse keizer en zijn oorlogskabinet tot onvoorwaardelijke overgave, zoals door de geallieerden was geëist.
Dat gebeurde met behulp van twee Amerikaanse atoombommen; de ene atoombom werd gedropt boven Hirosjima, de andere boven Nagasaki. Japan werd in september 1945 door de Amerikanen bezet. De Japanners verwachtten een verschrikkelijke behandeling, maar merkten al gauw dat dat meeviel.
De Amerikaanse bezettingsmacht bleef in Japan tot 1952. Tot 1950 stond die bezettingsmacht onder leiding van generaal Douglas MacArthur.
Bombardementen
Vanaf 1944 waren de Japanners niet meer in staat om de Britse en Amerikaanse vliegtuigen tegen te houden. Japanse steden werden op grote schaal gebombardeerd. Op 9 maart 1945 ging Tokio na een aanval met brandbommen grotendeels in vlammen op. Er vielen meer dan honderdduizend doden. De Japanse nederlaag was onafwendbaar.
Kamikaze en Okinawa
Een mijlpaal in de Japanse neergang was de Amerikaanse verovering van het eiland Okinawa. Die actie duurde tien weken (april-mei-juni 1945). De Amerikanen verloren 39.000 man. Een derde van hen sneuvelde bij kamikaze-aanvallen op de vloot die de Amerikaanse troepen op Okinawa ondersteunde. Kamikaze betekent 'Verheven Wind' of 'Goddelijke Wind'.
Kamikaze-piloten stegen op in vliegtuigen die volgeladen waren met explosieven. De piloten waren in trance, vervuld van de heilige opdracht om hun toestel - en zichzelf - te pletter te laten vliegen tegen de vijandelijke oorlogsschepen. Uit militair oogpunt waren de kamikaze-aanvallen zinloos. Ze waren een wanhoopsmaatregel van Japanse bevelhebbers die de nederlaag zagen aankomen, maar die zich tegelijk geen nederlaag konden voorstellen.
Atoombommen op Hirosjima en Nagasaki
De oorlog in Europa was voorbij, de oorlog in Azië duurde voort tot 15 augustus 1945. Elk geallieerd offensief kostte weer tienduizenden levens, het einde leek zoek. Dit vooruitzicht bracht de Amerikanen ertoe hun nieuwe, nog onbeproefde wapen te gebruiken. Op 6 augustus 1945 liet een Amerikaans 'vliegend fort' een atoombom vallen boven de stad Hirosjima (92.000 doden).
Vanaf 8 augustus 1945 nam ook, volgens afspraak, de Sovjet-Unie deel aan de strijd tegen Japan. Sovjettroepen vielen het Japanse leger aan in Mantsjoerije, in Korea, op Sachalin en op de Koerilen (Koerilen: eilandengroep ten noorden van Japan, sinds 1875 Japans, sinds 1945 Russisch).
Op 9 augustus werd de havenstad Nagasaki door een atoombom getroffen, de tweede atoombom op Japan, deze keer vielen er 45.000 doden. 'Wij moeten het ondragelijke dragen', verklaarde de Japanse keizer. Japan capituleerde. Het moest een Amerikaanse bezettingsmacht op zijn grondgebied toelaten, die tot 1952 zou blijven.
Amerikaanse bezetting
In de naoorlogse periode kreeg Japan een Amerikaanse opvoeding in vrede en democratie, onder toezicht van de autoritaire generaal MacArthur. Japanse oorlogsleiders/oorlogsmisdadigers ('war criminals') werden in Tokio voor een internationale rechtbank gebracht.
Het waren processen in de stijl van de processen in Neurenberg tegen de Duitse nazi-misdadigers. Keizer Hirohito, in wiens naam Japan oorlog had gevoerd, werd niet berecht. Hij bleef aan als staathoofd. Wel moest hij officieel afstand doen van zijn 'goddelijke status'.