• Museum
  • Tweede Wereldoorlog
  • Kinderen
tweede-wereldoorlog

Rembrandtdag

In 1944 is Rembrandt het middelpunt van een groot nationaal-socialistisch cultuuroffensief. Europa ligt in puin, een overwinning van de nazi’s lijkt verder weg dan ooit. Het Departement van Volksvoorlichting en Kunsten wil juist “in deze moeilijke tijden” uitdrukking geven aan de kracht van de Nederlandse cultuur in Germaans verband. Het organiseert een ‘Kultuurweek’, met als hoogtepunt de viering van Rembrandts geboortedag op 15 juli. Die dag moet op den duur uitgroeien tot nieuwe een nationale feestdag: Rembrandtdag.

De organisatie van de Rembrandtdag wordt groots aangepakt. De pers en de radio-omroep worden ingeschakeld. In opdracht van het departement wordt een documentaire film over de Rembrandtdag gemaakt, die tijdens de Kultuurweek verplicht in alle bioscopen draait. In het hele land zijn festiviteiten met volksdansen, theatervoorstellingen en muziekuitvoeringen. De officiële viering vindt plaats in het Koloniaal Instituut in Amsterdam, in aanwezigheid van NSB-leider Mussert en andere hooggeplaatste nationaal-socialisten.

Ondanks de inspanningen wordt de dag geen succes. Veel genodigden voor de bijeenkomst in Amsterdam laten het afweten. Ook de bevolking blijft in de meeste plaatsen weg. Maar het departement blijft optimistisch: “(…) ondanks de gemaakte fouten is bewezen dat de Rembrandtdag en de Kultuurweek een zekere weerklank in het Nederlandsche Volk hebben ontmoet”.



[citaten]
“De kunst  is de edelste verdediging van een volk.”
Adolf Hitler

“Rembrandt is voor ons meer dan een grote schilder, hij is voor ons een symbool en een wegwijzer.”
Prof. G.A.S. Snijder, president van de Kultuurraad

“Rembrandt blijft trouw aan zichzelf en zijn levenstaak. (…) Trouw als hoogste levensbeginsel is Germaansch en uitsluitend Germaansch.”
Jhr. mr. S.M.S. De Ranitz, secretaris-generaal van het Departement van Volksvoorlichting en Kunsten

“Wij staan als volk wat lauw tegenover onze groote mannen in het algemeen en Rembrandt in het bijzonder (…) – voor de Volewijkers [voetbalclub] komen wij op straat desnoods, doch voor Rembrandt niet.”
Pasquino, columnist De Telegraaf

“Ik was een armzalige achttienjarige student aan de Leidse schildersacademie. Op een dag vroeg de directeur van de academie, een NSB’er, of ik werk wilde inleveren voor een tentoonstelling in het Rijksmuseum ter ere van de Rembrandtdag. Ik moest me dan wel eerst melden bij de nationaal-socialistische Kultuurkamer. Dat wilde ik niet. Ik eerde de schilder op mijn eigen manier. Onder de gevelsteen van zijn geboortehuis in Leiden hing ik een krans van taxus met de tekst: ‘Aan Rembrandt, Veel lauwerkransen zijn niet noodig, voor redevoering is geen tijd. En achteraf, ’t is overbodig, elk weet dat gij de grootste zijt.’”
Jan Wolkers, kunstenaar (interview 2006)