April/Meistaking

Een van de grotere georganiseerde stakingen is de april/meistaking. Deze staking duurt van 29 april tot ongeveer 3 mei. Hier en daar iets langer. Maar waarom staken de Nederlanders en waarom wordt het ook wel melkstaking genoemd?


Foto van de slag bij Stalingrad.Voorjaar 1943
Het Duitse leger heeft in Rusland de belangrijke slag bij Stalingrad verloren. Bij deze strijd komen meer dan 1 miljoen Russen (burgers en soldaten) om het leven. De Russische overwinning betekent een keerpunt in de Tweede Wereldoorlog omdat het de eerste keer is dat Duitsland een grote nederlaag lijdt.

Duitse arbeiders moeten als soldaat naar het Oostfront om de Russen tegen te houden. Ze kunnen niet meer in de fabrieken in Duitsland werken.


Poster voor vrijwillig werken in Duitsland. Het levert niet genoeg arbeidskrachten op.Arbeidsinzet
Nederlandse mannen moeten werken in Duitsland
Daarom moeten mannen uit Nederland en andere bezette landen gaan werken in Duitse fabrieken. Dat heet Arbeitseinsatz (Arbeidsinzet).

Niet meer vrijwillig
Tot dan toe is werken in Duitsland vrijwillig geweest. Maar dit levert niet genoeg arbeiders op. Daarom moeten de Nederlandse soldaten - die in 1940 door de Duitsers waren vrijgelaten - zich melden. Ze worden opnieuw krijgsgevangen genomen, en moeten gaan werken in Duitsland. Het gaat om 300.000 mannen.


Staking als verzetFoto: J. van Rhijn. Muurtekst ('Doorstaken') op een bushuisje in Sliedrecht.
Een groot deel van de Nederlanders vindt dat dit te ver gaat. Er wordt gestaakt. De boeren voeren actie: ze leveren geen melk aan de melkfabrieken. Daarom heet de april/meistaking ook melkstaking. Er wordt gestaakt van 29 april tot ongeveer 3 mei. Hier en daar iets langer.

Keiharde reactie
De bezetter reageert keihard. Nu krijgen alle Nederlanders, dus niet alleen joden en verzetsmensen, te maken met terreur.

In een pamflet van de illegale krant Trouw staat:

'De vijand heeft thans het masker volledig afgeworpen. De mythe van de grootmoedigheid van den Fuehrer is ten einde. Erkend wordt nu door de Duitschers wat wij zijn: vijanden, en niet een deel van de Groot-Germaanse Gemeenschap.'