Toespraak Jacob Kohnstamm Auschwitz Herdenking

Jacob Kohnstamm, voorzitter van het bestuur van Verzetsmuseum Amsterdam, hield de volgende toespraak tijdens de lunch voor genodigden na de officiële Holocaustherdenking op zondag 26 januari 2020 op uitnodiging van het Auschwitzcomité.

Vlak voor kerstmis ben ik door Jacques Grishaver gevraagd om hier het woord te voeren.

Dat is een lastige opdracht om te spreken hier te spreken, zeker na de indrukwekkende herdenking vandaag in het Wertheimpark.

Ik besloot niettemin om aan Jacques verzoek te voldoen en u deelgenoot te maken van een hele persoonlijke getuigenis en van een beangstigende vraag die mij de afgelopen tijd bezig houdt: hoe houden we hier in Nederland en elders in de Westerse wereld de democratie en de rechtsstaat in balans? Ik ga proberen die gedachte, die vraag tijdens deze lunch op enigszins behapbare wijze met u te delen.

Ik werd vandaag niet ten onrechte geïntroduceerd als voorzitter van het bestuur van het Verzetsmuseum Amsterdam. Om redenen die voor mijn betoog relevant zijn, licht ik drie andere elementen uit mijn doopceel even op.

1) Ik ben de oudste zoon van mijn moeder – Kathleen Sillem - en van mijn vader Max Kohnstamm. Mijn vader heeft tijdens de Tweede Wereldoorlog – niet als half jood, maar als gijzelaar – gevangen gezeten in kamp Amersfoort en in St Michelsgestel. Zijn relatief korte verblijf in kamp Amersfoort is op beslissende wijze van invloed geweest op zijn verdere leven en loopbaan en daarmee in belangrijke mate op de mijne. Want, zo getuigde mijn vader daarover bij tijd en wijle op heel indringende wijze: “waar het recht ophoudt, begint de hel.”

2) In 1986 heb ik als lid van de Tweede Kamer namens mijn fractie – D66 – het woord gevoerd tijdens het debat over – zoals dat officieel heette – “de rechtmatigheid van de pensioentoekenning aan mevrouw Rost van Tonningen op basis van het Kamerlidmaatschap van haar echtgenoot.”

En tenslotte, waar het mijn doopceel betreft:
3) In 2017 en 2018 ben ik lid en vicevoorzitter geweest van de Staatscommissie Parlementair Stelsel – in de wandeling de commissie Remkes genoemd. Ons eindrapport draagt als titel: “Lage Drempels, Hoge Dijken” en heeft als ondertitel “Democratie en Rechtsstaat in balans.”

Die ondertitel verwoord een van de twee rode draden die door het eindrapport van de Staatscommissie heenloopt, namelijk dat in onze democratische rechtsstaat, democratie en rechtsstaat onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn en alleen goed kunnen functioneren als zij met elkaar in evenwicht zijn.

Ik citeer: “Langs de democratische pijler worden de belangen van de burgers behartigd; langs de rechtstatelijke pijler worden de burgers beschermd; (….) Tussen democratie en rechtsstaat kunnen over en weer spanningen bestaan (…). Zo is het denkbaar dat geheel volgens de democratische procedure door een meerderheid van de gekozen volksvertegenwoordigers wetten worden aangenomen die de rechten van politieke minderheden en individuele burgers aantasten (…) Dié wetten en besluiten zijn dan wel op de juiste democratische wijze tot stand gebracht maar voldoen niet aan de rechtsstatelijke eis van gelijke behandeling en respect voor minderheden en grondrechten van individuele burgers” . Einde citaat.

Heel concreet in relatie tot de herdenking vandaag, tot de Holocaust en alle andere gruwelijkheden uit de tijd van Nazi Duitsland: Hitler is tot op grote hoogte op democratische wijze aan de macht gekomen en heeft vervolgens de normen en waarden die in een democratische rechtsstaat nageleefd of tenminste nagestreefd dienen te worden, verkracht.

De meest in het oog springende waarden en normen in dit verband zijn niet alleen vrije, eerlijke en geheime verkiezingen, persvrijheid en pluriformiteit, het gelijkheidsbeginsel – de norm dat ieder er bij hoort (inclusiviteit) - en tenslotte onafhankelijke rechterlijke macht en de daarmee verbonden rechtszekerheid en rechtsbescherming.

En dat laatste element – rechtsbescherming en rechtszekerheid – speelde een hoofdrol in het zwaar beladen debat in de Tweede Kamer in 1986 over het pensioen van de weduwe Rost van Tonningen.

Over de NSB’er Rost van Tonningen die van 1937 tot 1945 lid was van de Tweede Kamer en over het verwerpelijke gedachtegoed van hem en zijn weduwe hoef ik denk ik in uw gezelschap niet veel te vertellen.

Maar over het pensioen van de zwarte weduwe – zoals zij werd genoemd – wel dit.

Relatief kort na de oorlog, onder meer in 1946, in 1950, in 1956 en ten tijde van de totstandkoming in de zestiger jaren van de APPA (pensioenwet voor politieke ambtsdragers) is over de vraag of het pensioen van mevrouw Rost van Tonningen waar zij ten gevolge van het kamer lidmaatschap van haar overleden echtgenoot recht op had, niet ontnomen zou moeten worden, door opeenvolgende kabinetten en in de Tweede kamer Expliciet en indringend nagedacht en gesproken. En telkenmale is besloten om dat pensioen onaangetast te laten.

Enigszins bij toeval maar ook omdat de zwarte weduwe ook lang na de oorlog onverdroten voortging met het uitdragen van abjecte en fascistoïde opvattingen, is die discussie opnieuw en in volle hevigheid in 1986 gevoerd, waarbij ik – zoals gezegd – de woordvoerder was van mijn fractie.

Er is geen debat geweest in de bijna 25 jaar waarin ik politiek actief was in Den Haag, dat mijn hart, ziel en geest zo verscheurd heeft als dit debat. Er speelden meer dilemma’s. Maar de meest indringende was de weging van de hartenkreet van de overlevenden van de concentratiekampen om aan de in hun ogen aperte onrechtvaardigheid een einde te maken, versus de vraag of het binnen de voor de rechtsstaat geldende normen en waarden passend was om aan die hartenkreet te voldoen.

Of anders geformuleerd – in de woorden van Hans Alders die in dit debat de woordvoerder was namens de PvdA fractie:” Nu zo uitdrukkelijk én bij herhaling is vastgesteld dat het ontnemen van pensioenrechten (..) van de weduwen van NSB- Kamerleden (…) niet wenselijk is, is er dan strijd met de rechtszekerheid om deze verkregen rechten, na 30 á 40 jaar, alsnog aan te tasten?”

En weer anders in de woorden van Jan-Kees Wiebenga, de VVD woordvoerder in dat debat, sprekende over de beginselen van de rechtsstaat: ”Moeten deze beginselen ook worden toegepast op mensen die ze zelf vertrapt hebben?”

De beelden van de hoorzitting die nu bijna 35 jaar geleden ter voorbereiding van dat debat heeft plaatsgevonden en waarin bovenal overlevenden van de concentratiekampen het woord voerden, staan mij nog levendig voor ogen.

Ik twijfelde; bovendien was er over de te maken keuze geen eensgezindheid in mijn fractie evenmin als in die van de VVD en PvdA. In die discussie heb ik mij met klem gedistantieerd tegen de versimpeling van het dilemma als zou het gaan om een tegenstelling tussen ratio en emotie. “Los van het feit dat het uiteenrafelen van die twee soms gepaard gaat met een mogelijke onderschikking van emoties aan de ratio, is er als de rechtsstaat in het geding is zeker reden om daarover emotioneel te zijn”

Hoe dan ook, ik stemde uiteindelijk - na een lang en niet van emoties ontbloot debat - tegen de motie die opriep tot beëindiging van het pensioen van de zwarte weduwe. En toen ik rond middernacht terug thuis in Amsterdam kwam, rinkelde de telefoon. Mijn vader aan de lijn:” Jonkie wat heb jij gestemd?” Nadat hij mijn antwoord had gehoord volgde er eerst aan de andere kant van de lijn een stilte, daarna een diepe zucht en kreeg ik de vaderlijke zege over mijn stemgedrag: ”God zij dank, hebben we niet voor niets geleden in de oorlog.”

Dames en heren,
het kan heel goed zijn dat er sommigen onder u zijn – misschien zelfs velen - die die keuze anders gemaakt zouden hebben. In het vraagstuk rond het pensioen van de zwarte weduwe is dat een keuze die eveneens legitiem kan zijn. Bovendien is het dilemma rond het ontnemen van het pensioen aan de weduwe Rost van Tonningen een wel heel erg extreem en rauw voorbeeld van spanning tussen democratie – wat velen in Nederland zouden hebben gewild - en de rechtsstaat/rechtszekerheid; een soort spanning die in die mate en zo op één persoon gericht in het dagelijks leven gelukkig zelden voorkomt.

Maar ondertussen maak ik mij in toenemende mate zorgen over de balans tussen die twee.

Populisten schaatsen op gevaarwekkend dun staatskundig ijs als zij zichzelf uitroepen tot de verpersoonlijking van de wil van het volk. En erger nog: negeren of ontkennen dat in onze democratische rechtsstaat, democratische besluitvorming mee ten dienste moet staan van de normen en waarden van die rechtstaat; dat die besluitvorming zich tenminste dient te begeven binnen de daarin geldende grenzen: rechtszekerheid en rechtsbescherming, onafhankelijke rechterlijke macht, persvrijheid en bovenal het gelijkheidsbeginsel – de norm dat ieder in onze samenleving er bij hoort, in gelijke gevallen gelijk behandeld dient te worden, waar discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, niet is toegestaan.

Wie met dezelfde bril op kijkt naar de ontwikkelingen in Hongarije, Polen, Turkije – maar ook naar landen met een langere democratisch rechtsstatelijke traditie – zoals Italië, de Verenigde Staten en Groot Brittannië – kan zich dunkt mij niet aan die zorgen onttrekken. Het manifesto, het verkiezingsprogramma van de Conservative Party in Groot Brittannië bevat in dit verband bijvoorbeeld vingerwijzingen in de richting van directe en indirecte aantasting van de onafhankelijkheid van de BBC en in de richting van politieke invloed bij de benoeming van rechters.

Zoals eerder gezegd, luid de titel van het eindrapport van de Staatscommissie Parlementair Stelsel Lage Drempels, Hoge Dijken; een verwijzing enerzijds naar ons kiesstelsel met daarin een relatief lage drempel om in de Tweede Kamer gekozen te worden en een verwijzing naar de relatief stevig ingebouwde dijken ter bewaking van de normen en waarden in onze democratische rechtsstaat anderzijds.

Niettemin is er geen reden om gerustgesteld - of erger nog: genoegzaam - achterover te leunen en te denken dat die donkere wolk die in andere landen waarneembaar is, Nederland bespaard zal blijven.

Jan Blokker heeft ooit in één van zijn vaak prachtige columns in De Volkskrant een pisnijdig stukje geschreven over democratie en democratische besluitvorming – stroperig gedoe dat in de ogen van Jan Blokker soms leidt tot compromissen waar niemand mee kan leven - stuk dat eindigde met de woorden: Democratie! Als ze iets anders uitvinden, geloof ik dat ik het er wel bij blijf doen. Helemaal eens; ook ik ben en blijf een overtuigd aanhanger van de democratie waarin de stem van de kiezer tot zijn recht kan komen binnen de normen en waarden van de rechtsstaat.

Maar ten opzichte van hen die zeggen “het volk beslist” of erger nog “ik vertegenwoordig de volkswil”, wees dan op je hoede – zeker ook in het jaar waarop we herdenken dat 75 jaar geleden onze democratische rechtsorde hersteld werd.

Dank voor uw aandacht.

Wij hadden er geen idee van dat er zoveel bewaard is gebleven. Bijzonder indrukwekkend. We hebben hier drie uur doorgebracht, maar zijn gestopt omdat we niets meer op konden nemen. Wij komen zeker terug om de rest te bekijken.

Jaap en Hilda Oskam, Nieuwegein

Al een paar keer in het Verzetsmuseum geweest, ze hebben regelmatig wisselende activiteiten. De kinderen in de oorlog expositie is heel goed opgezet en erg indrukwekkend. Een aanrader, ook om kinderen wat geschiedenis bij te brengen.

Laura, Hoorn

De expositie lijkt niet groot, maar al met al kun je hier toch een paar uur besteden. Er is een overzichtelijke tijdlijn hoe het verzet is ontstaan, wat als een rode draad door het museum loopt

Stephanie K

Heel goed en duidelijk ingericht museum, uitermate geschikt voor de jongeren die m.n.vanuit b.v. geschiedenis, willen zien, ervaren en leren wat het verzet en de oorlog betekend heeft. Leerzaam en waardevol!!

Wilma V

Het junior bezoek begint met de tijdmachine. Daarna leidt het boekje je door het leven van 4 kinderen. Je stapt letterlijk in bijv. een huiskamer en moet daar antwoorden op de vragen vinden. Heel boeiend voor kinderen. Een echte aanrader!

Hoekjes, Rotterdam

Als je aan je kinderen wil uitleggen wat oorlog nou eigenlijk is, als je met je ouders terug wil in een voor hun zo een belangrijke tijd, of je wil gewoon meer weten over de oorlog. Ga dan hier naar toe.

Jc H, Amsterdam

This museum across the street from the zoo and in the area where there was resistance activity is worth a visit. Anyone slightly interested in history will be captivated by the exhibits and personal notes and memorobilia.

Ashverse, South Carolina
Tripadvisor