Herinneringen van ooggetuigen op film

Herinneringen van ooggetuigen van de oorlog op professionele wijze gefilmd.
Aan dit onderdeel wordt nog gewerkt.

Vijftien interviews

Een subsidie van het VSB-fonds stelde het Verzetsmuseum Amsterdam in staat om de herinneringen van ooggetuigen van de oorlog op professionele wijze te filmen. Het concrete doel luidde: afnemen van vijftien interviews van een technisch en inhoudelijk hoge kwaliteit die een hoge toepasbaarheid hebben voor culturele producties, in de periode tot en met april 2010 en hoogtepunten daarvan opnemen in een website-onderdeel.

Het project  is in 2009 gestart en medio 2010 afgerond. Het museum beschikt hierdoor over een collectie getuigenissen die kunnen worden gebruikt in wisseltentoonstellingen en documentaires;  voor educatief gebruik en de website. Daarnaast dragen deze interviews bij aan de mondelinge geschiedschrijving over de bezetting van Nederland.

Van alle interviews zijn dossiers gemaakt, met een volledige transcriptie, korte samenvatting, trefwoorden, technische informatie, contactgegevens en nota benes die toekomstige gebruikers van de interviews op weg helpen (hoogtepunten, valkuilen, additionele informatie).



Dit door VSB gefinancierde project heeft bijzonder interessante en vaak ontroerende getuigenissen opgeleverd. Het Verzetsmuseum is zeer verheugd met de aanwinst van de unieke oral history-collectie.
Overzicht

Overzicht

Hieronder een overzicht van de geïnterviewden, op alfabetische volgorde met enkele stukje interview:

John Blom (*1930)
John Blom heeft de oorlog van zijn tiende tot vijftiende intens beleefd. John moest vanaf september 1941 naar de Joodse school. Continu verdwenen er kinderen uit de klas. John probeerde zich te handhaven door zijn gevoel uit te schakelen. Zijn vader, moeder en broer hebben de oorlog niet overleefd. John is ontsnapt uit de Hollandsche Schouwburg en is in onderduik geweest. Zijn relaas kent veel nuances en inzichten.


Lies Boissevain (*1924)
Lies Boissevain raakte betrokken bij verzetswerk in de betere kringen in Amsterdam: dat van de - later bekende - verzetsfamilie Boissevain, en het NSF (Nationaal Steunfonds) van Wally van Hall. Ze werkte als koerierster en een soort secretaresse. Tot het misging en ze werd opgepakt. Lies Boissevain verhaalt op indringende wijze over de maanden van eenzame opsluiting in de gevangenis.

Sieny (*1924) en Harry Cohen (*1920)
Dit echtpaar is afzonderlijk van elkaar geïnterviewd over hun herinneringen aan de liefde voor elkaar tijdens de oorlog. Sieny en Harry leerden elkaar kennen rondom de Hollandsche Schouwburg, waar Sieny in de crèche werkte en Harry bij de Joodsche Raad. Te midden van de grote spanningen en misère bloeide hun liefde op en zijn ze snel getrouwd voordat ze in onderduik gingen.

Carl Dijkstra (*1926)
De getuigenis van een jonge dwangarbeider in Duitsland. Carl Dijkstra kwam in een zwaar werkkamp bij Berlijn terecht. Toen de Russen naderden, moest Dijkstra in de frontlinie meehelpen schuttersputjes graven. Zo raakte hij op een nacht gewond aan zijn hand. In Berlijn was hij getuige van de bevrijding door het Sovjetleger. Zijn positieve beeld van de Russen werd aangetast door wat hij van hun gedrag zag.

Anneke Fokkens (*1936)
Als jong kind op het platteland van Groningen maakte Anneke Fokkens de bezetting mee. Zo herinnert zij zich de hongertochten vanuit de zijde van de gevende partij. Vlak voor de bevrijding kwam de oorlog heel dichtbij omdat de woonplaats Wirdum in de frontlinie kwam. Oudste broer Jan had zweren die door de hectiek, onvoldoende rust en gebrek aan medicijnen leidden tot zijn overlijden. De dag na de bevrijdingsfeesten moest het gezin hem begraven.

Bram Grisnigt (*1923)
De 17-jarige Bram Grisnigt vertrok in 1941 met een schoolkameraad op de fiets vanuit Den Haag naar Frankrijk, met als doel Engeland te bereiken. Anderhalf jaar later, begin 1943,  kwam hij in Londen aan, waar hij tot geheim agent werd opgeleid. Tijdens het seinen in Amsterdam is hij uitgepeild en gearresteerd. Over zijn ervaringen in de concentratiekampen in Duitsland wil hij niet praten, over alles daarvoor wel.

Arjen de Groot (*1929)
Arjen de Groot groeide op in een NSB-gezin in Enschede. Het gezin vluchtte op Dolle Dinsdag. Voor Arjen begon een zwerftocht door Duitsland, zonder vader en moeder. Hij belandde als 15-jarige uiteindelijk tegen zijn zin bij de Waffen SS. Hij was heel bang om te moeten vechten, maar voor het zover kwam was de oorlog voorbij. Arjen de Groot vertelt openhartig en gedetailleerd over zijn unieke herinneringen.

Paula Joachimsthal (*1925)
Paula was de dochter van een Joodse vader en niet-Joodse moeder. Het gezin, waarin  het Jodendom geen rol speelde, woonde in Amsterdam-Zuid. Paula was scholiere op de middelbare school toen ze in aanraking kwam met de het verzet. Ze begon heel eenvoudig door illegale kranten in bepaalde brievenbussen te stoppen. Allengs werd ze koerierster voor verschillende verzetsmensen, en vond dit heel normaal. Ze was zelden bang. Paula heeft tijdens de oorlog een dagboek bijgehouden en leest hieruit stukken voor.

Piet Meerburg (1919-2010) en Wouter van Zeytveld (*1923)
Dubbelinterview met twee studievrienden die honderden Joodse kinderen in onderduik brachten, vooral vanuit de crèche bij de Hollandsche Schouwburg in Amsterdam. In dit interview vertellen ze over hun vriendschap en samenwerking, de rol van hun vriendinnen, de risico’s en het lot van de ouders van de Joodse kinderen die zij wegsmokkelden.

Freddie Oversteegen (*1925)
Freddie zat samen met haar zus Truus en Hannie Schaft in een gewapende verzetsgroep. Freddie heeft zwaar verzetswerk verricht waaronder meerdere liquidaties, terwijl ze nog een jonge meid was. In het interview gaat Freddie openhartig in op haar rol als jonge pubermeid in een verzetsgroep en het onderling vertrouwen, de verliefdheden, en de positie ten opzichte van de buitenwacht.