Pop met juwelen

Nederlands-Indië: leven in de kampen
De Nederlandse Ineke Kuik woont met haar moeder en broertje bij oom Guus en tante Elly Rümke in Djombang als het gezin Kuik wordt geïnterneerd. Topstukken >


“Ik had een porseleinen pop bij me. Oom Guus had de pop voor ons vertrek, als chirurg vakkundig uit elkaar gehaald en het lijf, de armen en benen volgestopt met mijn moeders juwelen.
Ik heb er de hele kamptijd mee gespeeld. De pop had gemakkelijk kapot kunnen vallen; gelukkig wist ik niet wat er in zat.”


Het leven in de kampen
De krijgsgevangen militairen worden tewerkgesteld in kampen, soms in Indië zelf maar ook in Birma, Taiwan en Japan. In de loop van de bezetting worden ook alle Nederlandse burgers en Indische Nederlanders met ‘te weinig Indonesisch bloed’ opgesloten in kampen: de mannen en vrouwen apart. Jongens blijven tot hun tiende of twaalfde jaar in het vrouwenkamp en worden dan gescheiden van hun moeder.

De kampen voor de burgergeïnterneerden zijn aan het begin nog niet helemaal afgesloten van de buitenwereld. Halverwege 1943 worden de regels strenger. Er komt een bamboe omheining met prikkeldraad om de kampen. Twee keer per dag moeten alle bewoners op een appèlplaats bij elkaar staan. De geïnterneerden worden verplicht om te werken. ’s Nachts moet iedereen binnen blijven en mag er geen licht branden. Niemand mag waardevolle bezittingen hebben. Regelmatig wordt er gecontroleerd. Overtredingen worden zwaar bestraft. De kampen raken overvol en er is steeds minder te eten. Ongeveer één op de acht geïnterneerden sterft door uitputting en ondervoeding.