Het kindertransport uit Kamp Vught

“Alle kinderen, ze zijn weg.”

15 februari 2014 t/m 31 augustus 2014
 
“Alle kinderen, ze zijn weg” is een aangrijpende expositie  over het  transport op 6 en 7 juni 1943 van bijna 1300 joodse kinderen vanuit Kamp Vught naar vernietigingskamp Sobibor. Verhalen van de kinderen en getuigenissen van omstanders geven de bezoeker een indringend beeld van het verloop van deze chaotische dagen. 
    • alle kinderen ze zijn weg 12
    • alle kinderen ze zijn weg 3
    • alle kinderen ze zijn weg 13
    • alle kinderen ze zijn weg 2
    • alle kinderen ze zijn weg 4
    • alle kinderen ze zijn weg 5
    • alle kinderen ze zijn weg 9
    • alle kinderen ze zijn weg 14
    • alle kinderen ze zijn weg 8
    • alle kinderen ze zijn weg 10
    • alle kinderen ze zijn weg 6
    • alle kinderen ze zijn weg 11
  • Previous
  • Next

Twaalf foto's van de tentoonstelling. Klik voor de volgende foto op de foto.
Of gebruik de pijtjes rechtsboven op de foto.

1269 namen
Onderdeel van de tentoonstelling is een wand met de namen van de 1269 kinderen. Van 160 kinderen is de naam voorzien van een foto. Het Verzetsmuseum hoopt door de expositie foto’s van meer kinderen te verzamelen, die dan aan de expositie zullen worden toegevoegd. 
 
 
‘Kinderkamp’
SS-concentratiekamp Vught werd in januari 1943 in bedrijf genomen. Het drinkwater was er vervuild en er was te weinig voedsel. Vooral in de barakken van de Joodse kinderen heersten besmettelijke ziekten. Begin juni 1943 moesten alle Joodse kinderen onder de 16 plotseling weg uit het kamp. Er werd gezegd dat ze naar een kinderkamp in de buurt zouden gaan. Maar de treinen gingen naar het doorgangskamp Westerbork en vervolgens naar Sobibor in Polen. Daar werden de kinderen direct na aankomst vergast.  Van de meesten is niets bewaard gebleven. Maar van sommige kinderen zijn foto’s,  brieven, kaarten of speelgoed terechtgekomen bij familie en buren. Zij geven in de tentoonstelling de kinderen een verhaal en een gezicht. Enkele voorbeelden: 
 
Judith Wurms 
In de expositie ligt de brief  van Judith’s oudere zus Kitty over het kindertransport:  “Dit is wel de zwaarste slag die ons tot nu toe heeft getroffen. We hebben hier heel veel meegemaakt maar dit is nog wel het allerergste. Eerst zouden de kinderen hele¬maal alleen door moeten. Nu mag met gratie Gods een van de ouders mee.”
 
Betty en Daatje Frank 
Betty en Daatje (of Ietje) waren de enige twee Joodse kinderen in het dorp Ochten, in de Betuwe. Vader Sam Frank had een filmcamera en filmde zijn opgroeiende dochters. In kamp Vught vierde Betty eind mei haar elfde verjaardag. Een paar dagen later moest ze op transport. Samen met Daatje, die zeven was, en moeder Marianne. In de tentoonstelling zijn filmbeelden van de meisjes te zien en een poppenstoeltje dat ze voor hun vertrek gaven aan een buurmeisje. Achterop de zitting staat in potlood: ‘Gekregen van Betty en Ietje Frank’. 
 
Leo en Gientje de Leeuw
Leo en Grientje woonden in het Twentse Delden. In april 1943 werden ze naar kamp Vught gedeporteerd. Vlak voor hun vertrek lieten ze een afscheidsfoto maken voor  familie, buren en vrienden.  Leo scheef de buren een briefkaart  waarop zijn naam driemaal was onderstreept. De afspraak was: één streep: het gaat ons goed, twee: we redden het wel, drie: we hebben het heel slecht.  Leo was 17 jaar en hoefde niet mee met het Kindertransport.  Zijn zusje Gientje  van 13  ging wel. Vier weken later werd ook Leo gedeporteerd en vermoord. 
 

Zie ook de website Joodse kinderen in kamp Vught met onder meer informatie over lesmateriaal, gastsprekers, online lesmateriaal voor VMBO-leerlingen, boek en DVD. 

Zie ook persberichten.

De expositie is een productie van Nationaal Monument Kamp Vught  in samenwerking met stichting Sobibor en hij is en gerealiseerd dankzij bijdragen van de Provincie Noord-Brabanthet vfondshet VSBfonds, Stichting Levi Lassen en het Prins Bernhard Cultuurfonds.