Gered door het voetbal

Fred Schwarz overleefde de verschrikkingen van Auschwitz-Birkenau dankzij de voetbalsport. 


Dit verhaal werd naar het Verzetsmuseum gestuurd naar aanleding van de tentoonstelling Seizoen '40 - '45.

‘Of ik talent had? Misschien.’ Fred Schwarz antwoordt vertwijfeld. ‘Ik  heb wel een keer in de A1 van PSV gespeeld, maar die club stelde anno 1940 nog niet zoveel voor. Ik had een schurfthekel aan trainen, maar voetballen op zondag vond ik heerlijk.’ De inmiddels 86-jarige Schwarz is een voetballiefhebber, een van de velen in Nederland. Er zijn echter weinig mensen die hun leven danken aan volkssport nummer één.


Van Wenen naar Nederland
Als joods jongetje in de straten van Wenen heeft Schwarz het in 1938 niet gemakkelijk. De nazi’s zijn zojuist Oostenrijk binnengevallen en de Tweede Wereldoorlog staat op het punt van beginnen. Bang als hij is voor de jodenhaat van de bezetter vlucht de 15-jarige Schwarz in navolging van zijn broer naar Nederland.

In afwachting van een kamer verblijft Schwarz de eerste dagen in een opvangcentrum. En tot zijn grote verbazing loopt hij een bekende tegen het lijf, een Oostenrijkse beroemdheid. ‘We werden voorgesteld aan een zekere heer Feldmann. Feldmann, dacht ik, die naam ken ik. Toen hij zich omdraaide en ik zijn gezicht zag, wist ik het zeker. Dat is Ignatz Feldmann, de joodse voetballer!’

Samen met zijn vader volgde Schwarz de Oostenrijkse competitie op de voet. Feldmann voetbalde voor Hakoah Wien, een joodse profclub. ‘Samen stonden we regelmatig in het stadion, al keken wij meestal bij Austria Wien. Het was een zwaar geprofessionaliseerde competitie van een behoorlijk niveau. Helaas is daar nu niks meer van over.’

Vol opwinding schrijft Schwarz een brief aan zijn ouders in Wenen. ‘Zij waren natuurlijk enorm bezorgd over hun 15-jarige zoon, moederziel alleen in het grote Amsterdam. Mijn vader kende Feldmann ook. Ik wist zeker dat zijn aanwezigheid mijn ouders goed zou doen.’

Hij kreeg sneller dan verwacht een reactie. ‘Mijn vader zei het fijn te vinden dat ook meneer Feldmann het overleefd had. Tegelijkertijd verzocht hij mij bij Feldmann uit de buurt te blijven. Waarom? Omdat hij voetbalde voor geld en volgens mijn vader deed een fatsoenlijk mens dat niet.’ Omdat Schwarz als illegale vluchteling door Nederland zwerft, scheiden de wegen van hem en Feldmann zich vrijwel meteen.


Westerbork
Als Duitsland medio 1940 ook Nederland binnenvalt, verblijft Schwarz in een opvangtehuis in Eindhoven. Kon hij in Oostenrijk nog ontsnappen aan de terreur van de nazi’s, nu staat hij aan de vooravond van vijf zeer afschrikwekkende jaren. Zijn ellende begint met zijn overplaatsing naar Westerbork, destijds slechts een opvangkamp voor vluchtelingen. Schwarz: ‘Zes weken na de Duitse inval was de Nederlandse regering al zo vriendelijk om mijn broer en mij naar Westerbork te brengen. We waren op dat moment met achthonderd à negenhonderd mensen.’

Tot zijn genoegen ziet Schwarz ook een voetbalveldje in het kamp liggen. De Duitse bezetter maakt echter snel een einde aan dit kleine pleziertje. ‘Nog op dezelfde dag dat wij binnenkwamen, werd er een nieuwe kampgrens aangenomen. En dat veldje viel daar natuurlijk net buiten. Voetballen zat er dus niet in, slechts één keer mochten we daar een wedstrijdje spelen.’


Rustige jaren
Twee relatief rustige jaren volgen. Pas als de functie van Westerbork in 1942 verandert, staat Schwarz oog in oog met de gevolgen van de oorlog. Het vluchtelingenkamp komt onder direct Duits bestuur en krijgt de status van Polizeiliches Durchgangslager. Nederlandse joden, zigeuners, homoseksuelen en verzetsmensen worden per trein via het kamp vervoerd naar vernietigingskampen als Auschwitz-Birkenau en Sobibór. Westerbork als voorportaal van de hel is een feit.

‘Vanaf dat moment kwamen er veel meer mensen‘, legt Schwarz uit. ‘De Duitsers bouwden veel barakken, ook op de plek van het oude voetbalveldje. Toch kwamen we in deze nieuwe situatie wél aan voetballen toe. Dat had te maken met het groeiende aantal mensen dat te werk werd gesteld en voetbal wilde spelen.’

De sport is een zoethoudertje. Kampcommandant Albert Gemmeker creëert goede omstandigheden, waardoor het wekelijkse transport van duizend gevangenen geen argwaan wekt. Schwarz: ‘Er werd nooit iemand geslagen of gepest en er gebeurde niets onrechtvaardigs. De barakken waren redelijk en Gemmeker was een gentleman. Het eten was slecht, maar je kon zo veel krijgen als je wilde. Alles liep keurig. Zó keurig dat je elke week duizend mensen kon wegsturen.’


Voetbalcompetitie
De tactiek van de kampcommandant werkt. Schwarz heeft op dat moment geen idee van alle gruweldaden die zich in het oosten afspelen. ‘Iemand heeft mij destijds wel eens verteld over de gaskamers. Maar zoiets geloof je toch niet? Natuurlijk was het zo dat er vanuit Westerbork vooral oude mannetjes en vrouwtjes op transport moesten. Daar klopte iets niet. Maar je dacht dat het zo’n vaart niet zou lopen.’

En dus geniet Schwarz van de voetbalcompetitie op zondag. Door zijn werk in het kamp als naaimachinemonteur draagt hij het shirt van de confectieploeg. ‘We speelden in shirts met blauwe en roze strepen, maar als jong jochie vond ik dat niks. Met het plaatsen van doelpalen werd de appèlplaats omgetoverd tot voetbalveld. Er stond veel publiek en mijn vriendin keek ook altijd, ze hoefden mij dus niet te motiveren.’

Drijvende kracht achter de voetbalcompetitie is Feldmann. ‘Hij was de ster en grote organisator’, zegt Schwarz. ‘Zo zei hij dat we de avond voor een wedstrijd niets met vrouwen mochten doen. Ja, hij was nog behoorlijk fanatiek.’

Het fanatisme van de Oostenrijkse stervoetballer ten spijt is het spelen van een volwaardige competitie onmogelijk. De wekelijkse transporten hebben een desastreus effect op de verschillende elftallen. Feldmann komt simpelweg mensen tekort. Schwarz zucht. ‘Degene met wie je zondag voetbalde, kon dinsdag op transport in de trein zitten. Toch hebben we nog regelmatig een balletje getrapt.’ Door zijn belangrijke baan als naaimachinemonteur ontkomt Schwarz lange tijd aan de treinreis naar de vernietigingskampen. Maar als in september 1944 het laatste transport uit de geschiedenis van Westerbork richting Polen vertrekt, kan ook zijn functie hem niet meer redden. De Duitsers deporteren hem samen met zijn broer én Feldmann via Theresienstadt naar Auschwitz-Birkenau.


Twee rijen
|‘Het was beestachtig’, vertelt Schwarz. ‘Toen we aankwamen werden we opgesplitst in twee rijen: de linkerrij leidde naar de gaskamers, de mensen in de rechterrij mochten nog even blijven leven. Wij werden kaalgeschoren, mochten alleen onze riem en schoenen houden, kregen vodden als kleren en kwamen in de rechterrij terecht.’


Staan en niets doen
Schwarz staat op uit zijn stoel en toont een foto van een van de barakken, waarin hij vier weken heeft geleefd. ‘In één zo’n stapelbed met drie verdiepingen lagen dertig gevangenen. We hadden geen lakens of dekens, sliepen op houten planken. En van zes uur ’s avonds tot zes uur ’s ochtends werden we daar aan ons lot overgelaten.’ De andere uren van de dag staat hij in de open lucht, in de schaarse ruimtes tussen de barakken. Schwarz en zijn lotgenoten mogen niets doen, ze moeten staan. En dat twaalf uur lang.

Het werd nog erger. ‘Op een gegeven moment kwam er een man binnen die ons eten en drinken aanbood. ‘Omdat jullie het zo slecht hebben’, zei hij. Bleek alles vol te zitten met zuiver zout. Mijn lichaam brandde van onderen tot boven, maar we kregen niks te drinken. Echt onvoorstelbaar.’


Schoonmaakwerk
Gelukkig biedt Feldmann uitkomst. Schwarz: ‘Toen we van barak naar  barak marcheerden werd Feldmann herkend door een SS’er. Hij bleek nog tegen hem gevoetbald te hebben als speler van Austria Wien en daardoor kreeg Feldmann een baantje als schoonmaker. En iedereen wist dat werk gelijkstond aan leven.’ Diezelfde SS’er richt zich een paar dagen later wederom tot de beroemde voetballer. ‘Hij vertelde over werk in een munitiefabriek in de buurt van Leipzig en hij wilde dat Feldmann daar mensen voor uit zou zoeken.’

Feldmann pikt Schwarz en zijn broer uit de massa en zo verlaat het duo levend Auschwitz-Birkenau, iets wat maar weinig gevangenen gegeven is. ‘Dezelfde Feldmann, voor wie mijn vader me waarschuwde, heeft zo mijn leven gered. Waarom? Waarschijnlijk omdat hij ons herkende van de ontmoetingen in Amsterdam en Westerbork.’

Schwarz ziet Feldmann nooit meer terug. Of toch. Na de oorlog stuit hij op een foto, waarop Feldmann de Amerikaanse generaal Dwight Eisenhower rondleidt in een vernietigingskamp. ‘Dat typeerde hem. Hij had aanzien en wist altijd wel een baantje te regelen. Dat was immers dé kans op overleven.’

Nu, meer dan zestig jaar later, baalt Schwarz nog altijd van het feit dat hij Feldmann nooit meer heeft kunnen spreken. Al was hij één keer zeer dichtbij. ‘Ik was in het ziekenhuis van Wenen om mijn tante op te zoeken. De dokters spraken over een of andere Feldmann. Ik ging op onderzoek uit en hij bleek inderdaad in het ziekenhuis te liggen. Ik mocht er echter niet meer naar toe, hij lag op sterven. Ik had hem graag gesproken, om hem te bedanken.


Boek
Fred Schwarz heeft in 1994 een boek geschreven over zijn ervaringen tijdens en rondom de Tweede Wereldoorlog: Treinen op dood spoor. 
Bestellen kan nog via fred-schwarz@planet.nl.

Wij hadden er geen idee van dat er zoveel bewaard is gebleven. Bijzonder indrukwekkend. We hebben hier drie uur doorgebracht, maar zijn gestopt omdat we niets meer op konden nemen. Wij komen zeker terug om de rest te bekijken.

Jaap en Hilda Oskam, Nieuwegein

Wat een fantastische opzet van het kindergedeelte van het museum. Heel interactief en heel leerzaam. Ook voor de volwassenen. Ik ben blij ben dat ik met mijn zoon van 12 ben gegaan.

Jorg V

De expositie lijkt niet groot, maar al met al kun je hier toch een paar uur besteden. Er is een overzichtelijke tijdlijn hoe het verzet is ontstaan, wat als een rode draad door het museum loopt

Stephanie K

Het junior bezoek begint met de tijdmachine. Daarna leidt het boekje je door het leven van 4 kinderen. Je stapt letterlijk in bijv. een huiskamer en moet daar antwoorden op de vragen vinden. Heel boeiend voor kinderen. Een echte aanrader!

Hoekjes, Rotterdam

Als je aan je kinderen wil uitleggen wat oorlog nou eigenlijk is, als je met je ouders terug wil in een voor hun zo een belangrijke tijd, of je wil gewoon meer weten over de oorlog. Ga dan hier naar toe.

Jc H, Amsterdam

Een museum voor jong en oud en wat mij betreft verplicht voor iedereen. Je wordt door het museum geleid en het bijzondere zijn de verhalen van gewone mensen. Veel geleerd ondanks dat ik het nodige wel wist.

Martijn, Amsterdam

This museum gave me an insight like I never knew what had happened. It is so much like what happened in Germany and really depicts what the Dutch went through.

Ringdais, Adelaide
Tripadvisor