Stippenkaart

Verspreiding van de joden over de gemeente (mei 1941).
Deze kaart is in 1941 in opdracht van de bezetters gemaakt door Amsterdamse ambtenaren. (100x100 cm; bruikleen NIOD). Terug naar topstukken >


Stippenkaart1 stip: 10 joden
Iedere stip staat voor tien joodse inwoners. Van de 140.000 Nederlandse joden woonden er ongeveer 80.000 in Amsterdam.

<-- Vergroot de kaart.

Apart zetten
De Nederlandse joden worden stap voor stap afgezonderd van de rest van de bevolking. Eerst mogen de joden dit niet meer, dan dat niet.

Bordjes en sterren
Ze mogen bijvoorbeeld niet meer op de fiets, dan niet meer met de tram, ze mogen niet in cafe's, niet meer in bioscopen of naar de dierentuin. Stadions, (sport)parken en markten worden verboden voor joden. Op steeds meer plekken zie je bordjes met die tekst. Ze moeten vanaf mei 1942 een jodenster op de kleding dragen. Er komen wijken waar de joden moeten wonen.

Melden
In 1942 moeten joden zich melden voor vervoer naar Duitsland. De Duitsers zeggen dat ze naar werkkampen moeten. Joden die zich niet melden worden vaak 's avonds uit hun huizen gehaald en met tram, vrachtwagen en trein afgevoerd; zo'n jacht op joden heet een razzia. Deze kaart gaf daarbij een goed overzicht van de verspreiding van de joden in Amsterdam.

Meer dan 100.000 van de 140.000 Nederlandse joden overleven de bezetting niet.