Amsterdam, bezet en bevrijd

Amsterdam werd in 1940-1945 door twee grote rampen getroffen: de deportatie van ruim 60.000 joodse bewoners, en de Hongerwinter van 1944-1945. In de Hongerwinter stierven 2.300 burgers door het gebrek aan voedsel, brandstof, medicijnen. Tegelijk bereikte de Duitse terreur zijn hoogtepunt. Zelfs na 5 mei 1945 vielen er nog doden door Duitse kogels.

Bevrijding
Een bevrijdingsfeest op maandag 7 mei op de Dam veranderde in een bloedbad, toen leden van de Kriegsmarine het vuur openden op de menigte (22 doden, meer dan honderd gewonden). Op 8 mei 1945 trokken de Canadese bevrijders via de Berlagebrug de stad binnen.

Op 8 mei 1945 waren de Amsterdammers massaal uitgelopen om de Canadezen te begroeten. Hiermee begonnen de bevrijdingsfeesten, die de hele zomer zouden voortduren. Toch was het niet voor iedereen feest - en dit gold zeker niet alleen voor de NSB'ers.

Veel mensen waren er geestelijk en/of lichamelijk slecht aan toe. De stad telde, met de Hongerwinter net achter de rug, nog duizenden hongeroedeem-patiënten (hongeroedeem: vochtophopingen in het lichaam als gevolg van ondervoeding). Overlevenden van de jodenvervolging werd het in de zomer van 1945 duidelijk dat hun weggevoerde familieleden, vrienden, bekenden niet uit de kampen zouden terugkeren.

Luchtaanvallen
Amsterdam kreeg (anders dan Rotterdam) geen massale bombardementen te verduren. Wel waren er verscheidene beperkte luchtaanvallen, waarbij de geallieerden specifieke doelen probeerden te raken. Dat ging lang niet altijd goed. Op 17 juli 1943 bijvoorbeeld wilden Amerikaanse bommenwerpers de Fokker-vliegtuigfabrieken in Noord te bombarderen. Helaas troffen ze niet de fabrieken, maar de nabijgelegen woonbuurt. Er vielen 157 doden en nog veel meer gewonden.

Een luchtaanval in duikvlucht op twee gebouwen van de Sicherheitsdienst (SD), op 26 november 1944, lukte ook maar gedeeltelijk. De gebouwen (eigenlijk schoolgebouwen, de Meisjes-HBS aan de Euterpestraat/thans Gerrit van der Veenstraat en de Christelijke HBS aan het Adama van Scheltemaplein) werden wel getroffen, maar daarbij ook nog dertig woonhuizen. Deze keer vielen er 69 doden, waarvan slechts vier SD'ers; de aanval vond plaats op een zondag.

Branden
Op 27 april 1943, om half drie in de ochtend, kwam een geallieerd toestel brandend neer in de Reguliersdwarsstraat, achter het Carlton Hotel. Huizen en een deel van het hotel gingen in vlammen op. Een maand eerder, op 27 maart 1943, had er in Amsterdam ook al een grote brand gewoed: in het gebouw van het Bevolkingsregister. Deze brand, de bekendste uit de geschiedenis van Amsterdam-in-oorlogstijd, had niets met de luchtoorlog te maken; de brand was het gevolg van een aanslag, gepleegd door een verzetsgroep onder leiding van Gerrit van der Veen en Willem Arondéus.

Bioscoop
De grote brand in het Rembrandttheater (een bioscoop op het Rembrandtplein), in de nacht van 25 op 26 januari 1943, was ook gesticht - als waarschuwing van het verzet aan de burgers om uit de bioscopen weg te blijven. Bioscoopbezoekers kregen immers heel wat nazi-propaganda te zien.

Bovendien werden er in de bioscopen af en toe razzia's gehouden, om ontduikers van de arbeidsplicht (arbeidsinzet) te betrappen. Het Rembrandttheater bracht in januari 1943 een populaire Duitse speelfilm, De Gouden Stad (Die goldene Stadt).

Duitse vernielingen
Een deel van de materiële schade die de stad in de oorlog opliep werd rechtstreeks door de Duitse bezetter veroorzaakt. Eind 1943 gaven de Duitsers bevel om huizen aan de Amsteldijk en de Amstelveenseweg te slopen, om ruimte te maken voor verdedigingswerken. Op 21-22 september 1944 verwoestten Duitse militairen de Amsterdamse haveninstallaties: 'de ontploffingen dreunden over de stad' (aldus de Kroniek van Amsterdam 1940-1945).

In datzelfde najaar werden veel Amsterdamse stadstrams uit de remise gehaald en naar Duitsland overgebracht, ter vervanging van bij bombardementen vernielde Duitse trams. De Hongerwinter van 1944-1945 bracht Amsterdammers ertoe leegstaande huizen in de joodse buurt te slopen, om aan brandhout te komen. Er werden toen, voor hetzelfde doel, ook veel bomen omgehakt.

Wij hadden er geen idee van dat er zoveel bewaard is gebleven. Bijzonder indrukwekkend. We hebben hier drie uur doorgebracht, maar zijn gestopt omdat we niets meer op konden nemen. Wij komen zeker terug om de rest te bekijken.

Jaap en Hilda Oskam, Nieuwegein

Dit museum grijpt je bij de keel! Zoveel goede informatie en echt materiaal wordt hier tentoongesteld! Een aanrader!!

Michele Philips, Aalst (België)

Al een paar keer in het Verzetsmuseum geweest, ze hebben regelmatig wisselende activiteiten. De kinderen in de oorlog expositie is heel goed opgezet en erg indrukwekkend. Een aanrader, ook om kinderen wat geschiedenis bij te brengen.

Laura, Hoorn

De expositie lijkt niet groot, maar al met al kun je hier toch een paar uur besteden. Er is een overzichtelijke tijdlijn hoe het verzet is ontstaan, wat als een rode draad door het museum loopt

Stephanie K

Heel goed en duidelijk ingericht museum, uitermate geschikt voor de jongeren die m.n.vanuit b.v. geschiedenis, willen zien, ervaren en leren wat het verzet en de oorlog betekend heeft. Leerzaam en waardevol!!

Wilma V

Een museum voor jong en oud en wat mij betreft verplicht voor iedereen. Je wordt door het museum geleid en het bijzondere zijn de verhalen van gewone mensen. Veel geleerd ondanks dat ik het nodige wel wist.

Martijn, Amsterdam

This museum across the street from the zoo and in the area where there was resistance activity is worth a visit. Anyone slightly interested in history will be captivated by the exhibits and personal notes and memorobilia.

Ashverse, South Carolina
Tripadvisor