Antifascisme

Openlijke afkeer van het fascisme, bestrijding van het fascisme (fascisme in de brede betekenis van fascisme/nationaal-socialisme). Antifascisme is vooral een begrip van de jaren dertig, de vooroorlogse crisistijd. In die tijd werd de dreiging van het fascisme steeds sterker.

Antifascisten demonstreerden, voerden actie en verspreidden propaganda-materiaal. Dat deden zowel de communisten als de socialisten (of sociaal-democraten). De straat was een voor de hand liggend terrein voor antifascistische actie. Het fascisme was er namelijk steeds op uit om de straat te veroveren. In die tijd was er op straat toch al veel politieke drukte. Er waren veel meer manifestaties en betogingen-met-spandoek dan tegenwoordig.

Antifascistische organisaties
Maar lang niet al het antifascisme speelde zich op straat af. Het 'Comité van Waakzaamheid van Nederlandse Intellectuelen tegen het Nationaal-Socialisme' publiceerde tientallen brochures tegen fascisme en nationaal-socialisme. In dit comité, opgericht in 1936, zaten schrijvers en geleerden: Menno ter Braak, E. du Perron, Jan Romein.

Sinds 1935 bestond ook 'Eenheid door Democratie' (EDD), een organisatie die tienduizenden leden telde. Kopstukken van EDD waren prof. dr. P. Geyl en ir. W. Schermerhorn. Dit liberale genootschap verwierp zowel het fascisme/nationaal-socialisme als het communisme.

Verdeeldheid
De antifascisten waren onderling verdeeld. Dat bleek op allerlei manieren. De socialisten (SDAP) bijvoorbeeld verspreidden op straat een blad dat antifascistisch èn anticommunistisch was. Het blad heette Vrijheid, arbeid, brood, en werd gemaakt door de journalist Meijer Sluyser.

De communisten (CPN) vonden zichzelf de enige echte antifascisten. Ze maakten de sociaal-democraten uit voor sociaal-fascisten. De redenering daarachter was dat de (gematigde) sociaal-democraten de arbeiders zouden afhouden van de arbeidersrevolutie. De sociaal-democraten wilden het kapitalisme immers hervormen, niet omverwerpen. Zo bleef het kapitalisme voortbestaan - en kapitalisme en fascisme waren één (volgens de communisten). Na augustus 1935 raakte de term sociaal-fascisme in onbruik.

Volksfronten
Stalin, de leider van de Sovjet-Unie, had te kennen gegeven dat communistische partijen in de kapitalistische landen 'antifascistische volksfronten' moesten vormen. In de Nederlandse verhoudingen was zo'n links volksfront ondenkbaar. In Frankrijk lag dat anders. Daar kwam in 1936 een Volksfront van communisten en socialisten aan de regering.

Ook Spanje werd, vanaf begin 1936, door een Volksfront geregeerd. In 1936 brak de Spaanse Burgeroorlog uit. Antifascisten uit tal van landen trokken nu naar Spanje om 'het Spaanse volk bij te staan in de strijd tegen het fascisme'.

Jacques de Kadt
Jacques de Kadt, een ex-communist, stelde vast dat veel antifascistische boeken en brochures vooral de misdaden van het fascisme behandelden. Ze verduidelijkten als het ware de bekende leuze 'fascisme is moord'. De Kadt ging in zijn boek 'Het fascisme en de nieuwe vrijheid' (1939) anders te werk.

Fascisme en communisme waren, ondanks alle verschillen, voor hem allebei vormen van totalitarisme en 'kazernisme'. (Kazernisme: de hele maatschappij dwingen tot een leven zoals dat van militairen in de kazerne.) Maar juist het fascisme won voortdurend terrein op de democratie.

De Kadt probeerde te doorgronden wat de kracht was van het fascisme. Met beter inzicht zouden de democraten a) het fascisme effectiever kunnen bestrijden, en b) een 'nieuwe vrijheid' van hogere kwaliteit kunnen vestigen, na de onvermijdelijke oorlog tegen het fascisme. Dat het fascisme verslagen zou worden, daar twijfelde De Kadt niet aan. Hij sprak daarom van 'het fascistisch intermezzo'.

Een heel andere, maar ook interessante waarschuwer tegen fascisme/nazisme was A. den Doolaard, wiens boek 'Het hakenkruis over Europa' in 1938 verscheen (deze 'grote reportage' werd in 2004 opnieuw uitgegeven).

Kunstenaars
Ook antifascistische kunstenaars lieten van zich horen. In Amsterdam werd in 1935 het toneelstuk 'De Beul' uitgevoerd, met in de hoofdrol Albert van Dalsum. Het stuk bevatte talrijke kritische toespelingen op nazi-Duitsland en het nazisme. De opvoering van 1 december 1935 werd verstoord door relschoppende NSB'ers. In 1936 organiseerde een aantal kunstenaars in Amsterdam de tentoonstelling D.O.O.D (De Olympiade Onder Dictatuur), een artistieke tegenzet tegen de Olympische Spelen in Berlijn.

Wij hadden er geen idee van dat er zoveel bewaard is gebleven. Bijzonder indrukwekkend. We hebben hier drie uur doorgebracht, maar zijn gestopt omdat we niets meer op konden nemen. Wij komen zeker terug om de rest te bekijken.

Jaap en Hilda Oskam, Nieuwegein

Wat een fantastische opzet van het kindergedeelte van het museum. Heel interactief en heel leerzaam. Ook voor de volwassenen. Ik ben blij ben dat ik met mijn zoon van 12 ben gegaan.

Jorg V

Heel goed en duidelijk ingericht museum, uitermate geschikt voor de jongeren die m.n.vanuit b.v. geschiedenis, willen zien, ervaren en leren wat het verzet en de oorlog betekend heeft. Leerzaam en waardevol!!

Wilma V

Het junior bezoek begint met de tijdmachine. Daarna leidt het boekje je door het leven van 4 kinderen. Je stapt letterlijk in bijv. een huiskamer en moet daar antwoorden op de vragen vinden. Heel boeiend voor kinderen. Een echte aanrader!

Hoekjes, Rotterdam

This museum across the street from the zoo and in the area where there was resistance activity is worth a visit. Anyone slightly interested in history will be captivated by the exhibits and personal notes and memorobilia.

Ashverse, South Carolina

All information is in Dutch and English. Good chronological overview of the Dutch resistance during WWII. Chilling statements, informative displays, don't forget to put this museum on your to do list!

NF, Hasselt (België)

One of the best museums I've been to in a long time. Seeing the dreadful acts of war through the eyes of the Dutch people. The displays were really well thought out and in different media forms. I highly recommend it.

Spamette, Yorkshire
Tripadvisor