Communisme en de Sovjet-Unie

Het communisme was de revolutionaire richting van het socialisme. Het begon met een negentiende-eeuwse theorie, het marxisme. Bij de Russische Revolutie van 1917 kwamen voor het eerst revolutionaire marxisten (communisten) aan de macht. Het nieuwe Russische rijk kreeg de naam Unie van Socialistische Sovjet-Republieken, kortweg Sovjet-Unie of USSR.

In 1941 verbond de Sovjet-Unie (onder Stalin) zich met Groot-Brittannië en de Verenigde Staten in de strijd tegen Nazi-Duitsland. De grote tegenstellingen tussen de Sovjet-Unie en de kapitalistische wereld raakten zolang op de achtergrond. Eerst moest de gezamenlijke vijand worden verslagen.

Lenin
Communistische partijen baseerden zich op het marxisme-leninisme: de leer van de Duitse denkers Karl Marx (1818-1883) en Friedrich Engels (1820-1895), zoals uitgelegd en aangevuld door de Russische politicus Lenin (1870-1924).

Binnen het Russische marxistische socialisme van voor 1917 was Lenin de aanvoerder van de radicale 'bolsjewiki', de 'leden van de meerderheid'. De gematigde Russische socialisten kregen de naam 'mensjewiki', leden van de minderheid. Volgens Lenin en zijn aanhangers waren gematigde socialisten 'afgedwaald van de door Marx gewezen weg', waardoor ze in feite 'verraders van de arbeidersklasse' waren geworden.

Revolutie en burgeroorlog
In Rusland werd begin 1917, tijdens de Eerste Wereldoorlog, de tsaar (keizer) afgezet. Hiermee begon de Russische Revolutie. Er kwam een nieuwe Russische regering, die probeerde een parlementaire democratie te vestigen. Die regering werd op haar beurt verdreven door Lenin en zijn bolsjewiki (de Oktoberrevolutie van 1917).

Na een jarenlange burgeroorlog tussen 'Roden' en 'Witten' hadden de Roden - de communisten - het hele voormalige tsarenrijk in handen: Rusland, Oekraïne, Siberië. Het land was nu volkomen uitgeput en er heerste hongersnood (1920-1921).

Stalin
Al voor Lenins dood in 1924 brak er in de Sovjet-Unie een strijd om de macht uit, die door Stalin werd gewonnen. Stalins grootste rivaal Trotski, de oprichter van het Rode Leger, moest de Sovjet-Unie verlaten (1929).

Onder Stalin begon in 1929 met veel propaganda, dwang en terreur 'de opbouw van het socialisme' door middel van Vijfjarenplannen. De nadruk lag op zware industrie en grootscheepse openbare werken. De landbouw werd gecollectiviseerd (in handen van de staat gebracht), een maatregel die miljoenen boeren het leven kostte.

In 1939 sloten de Sovjet-Unie en nazi-Duitsland het Molotov-Ribbentrop-pact, genoemd naar de twee betrokken ministers van buitenlandse zaken. Dat verdrag werd door de Duitse inval in de Sovjet-Unie verbroken (juni 1941). Stalin, die werd verheerlijkt als de Zon van de Arbeidersklasse en als de Overwinnaar in de Grote Vaderlandslievende Oorlog tegen de nazi's, stierf in 1953.

Zijn opvolger Nikita Chroesjtsjov verklaarde op het Twintigste Partijcongres (1956) dat Stalin zich schuldig had gemaakt aan grof machtsmisbruik. Maar Chroesjtsjov bleef ervan overtuigd dat de Sovjet-Unie het Westen op korte termijn zou 'inhalen en voorbijstreven'. Aan het starre sovjetsysteem werd weinig veranderd. In 1991 was de Sovjet-Unie verleden tijd.

Vergelijking communisme en nazisme
In bepaalde opzichten leken de Sovjet-Unie en nazi-Duitsland op elkaar: het optreden van een 'grote leider' (dictator), het éénpartij-systeem, de grote macht van 'staatsveiligheidsorganen' (geheime politie). In beide landen waren concentratiekampen, waarin miljoenen mensen werden 'heropgevoed', tot slavenarbeid gedwongen of vermoord.

Er was wel een groot verschil in ideologie. Het ideologische uitgangspunt van het communisme was dat er 'gelijkheid' onder de mensen moest heersen, over de hele wereld. Alle ongelijkheid werd volgens de communisten veroorzaakt door het kapitalisme.

De 'bezitloze' arbeidersklasse zou, na veel 'klassenstrijd', de macht van de 'bezitters', de kapitalisten, overnemen en een rijk van gelijkheid vestigen. De communistische partij moest de arbeiders naar dat doel leiden. (Volgens de nazi's was het communisme een 'joodse uitvinding', en was niet de klassenstrijd beslissend voor de toekomst, maar de strijd tussen de rassen.)