Spaanse Burgeroorlog


Duurde van 1936 tot 1939. Tijdens de burgeroorlog werd de Tweede Spaanse Republiek vernietigd. Ook met de democratie in Spanje was het voorlopig gedaan. Spanje werd in 1939 een militaire dictatuur, onder leiding van de nationalistische generaal Francisco Franco de Bahamonde. Franco liet zich 'Caudillo' (leider, aanvoerder) noemen. Tot zijn dood in 1975 bleef hij staatshoofd van Spanje.

De Tweede Spaanse Republiek was opgericht in 1931. Het ging er ronduit slecht. Door de economische crisis werden de toch al grote tegenstellingen in het land nog scherper. Er waren politieke moorden en stakingen. Een deel van het volk keerde zich met geweld tegen de oude 'heilige katholieke orde' van Spanje - tegen het Spanje van grootgrondbezitters, adel, hogere geestelijkheid en iedereen die daarbij hoorde.

Opstand Franco tegen Volksfront
Vanaf begin 1936 werd Spanje geregeerd door een Volksfront van socialisten en communisten, dat door middel van verkiezingen aan de macht gekomen. Dit Volksfront wekte nog extra afschuw en angst bij de 'behoudende' Spanjaarden.

In juli 1936 greep generaal Franco de macht in Spaans-Marokko. Vervolgens stak hij met zijn leger (het 'Afrikaanse leger' de Straat van Gibraltar over. Franco maakte bij die oversteek gebruik van transportvliegtuigen die Hitler hem had gestuurd. De burgeroorlog was een feit.

Aan Franco's kant schaarde zich een aantal generaals, plus een deel van het Spaanse leger. Andere aanhangers van Franco waren de Falangisten (fascisten in Spaanse stijl), de Carlisten (fanatieke katholieke 'traditionalisten') en meer van dergelijke groeperingen. Franco's doel was een 'herboren' Spanje, dat 'gezuiverd' zou zijn van allerlei goddelozen, zoals communisten, socialisten, liberalen, anarchisten. Het anarchisme was in Spanje een politieke en sociale beweging van niet geringe omvang.

Internationale Brigade
Gedreven door het ideaal van linkse solidariteit waren vanaf het najaar van 1936 tienduizenden vrijwilligers uit Europa, de Verenigde Staten en Canada naar Spanje gekomen. Zij wilden de Republiek te hulp snellen, en meevechten tegen het Franco-fascisme.

Bij deze antifascistische 'Internationale Brigades' waren ook honderden Nederlanders. De naar Nederland terugkerende Spanje-gangers (strijders en medische hulpverleners) kregen te horen dat ze hun Nederlanderschap kwijt waren, omdat ze 'in vreemde krijgsdienst waren getreden'. Maar ze bleven strijdbaar; in 1940-1945 namen velen van hen deel aan het verzet.

Gecompliceerd conflict
Voor de antifascisten van de jaren dertig was de Spaanse Burgeroorlog een strijd tussen fascisme en antifascisme. Later werd de burgeroorlog wel de generale repetitie voor de Tweede Wereldoorlog genoemd. Maar in feite was het vooral een Spaans conflict, en erg ingewikkeld bovendien.

Verscheidene schrijvers en journalisten hebben indertijd verslag gedaan van de burgeroorlog. Daar waren grote namen bij, zoals Ernest Hemingway en George Orwell.

Johan Brouwer
Onder die schrijvers en journalisten waren ook Nederlanders, zoals de hispanoloog - Spanje-kenner - dr. Johan Brouwer (1898-1943; gefusilleerd vanwege zijn rol in de aanslag op het Amsterdamse bevolkingsregister).

Brouwer toonde oog te hebben voor de ingewikkelde Spaanse werkelijkheid. Zelf sympathiseerde hij aanvankelijk met de opstand van Franco. Later verschoof zijn sympathie naar de republikeinse zaak.

Italië, Duitsland en Sovjet-Unie
Fascistisch Italië en nazi-Duitsland boden Franco militaire steun; de Republiek ontving steun van de Sovjet-Unie. De Republiek moest daarbij vérgaande sovjet-inmenging accepteren, wat inhield dat de Russische geheime politie de politieke zuiveringen die in de Sovjet-Unie bezig waren in Spanje voortzette. Van de idealistische Volksfront-gedachte bleef niets over. 'Militaire steun' aan Spanje was voor de betrokken buitenlandse machten vooral een manier om hun militaire materieel te testen.

Op 27 april 1937 werd voor het eerst in de geschiedenis een stad door vliegtuigbommen verwoest: Guernica in Baskenland, door de Duitse Luftwaffe. Volgens een Nederlands jaarboek overtrof dit bombardement in de burgeroorlog 'alles wat tot nu toe aan barbaarsheid is vertoond' (M. van Blankenstein en L. Cohen, Het jaar 1937, verschenen in 1938).

Tijdens de Tweede Wereldoorlog hield Franco zich grotendeels neutraal, afzijdig, tot grote ergernis van Hitler en Mussolini. Na 1945 bleef Franco-Spanje voor de buitenwereld een land met een 'fascistische dictator'.