De Geuzen, de achttien doden, De Bezige Bij

Op, of meteen na, 15 mei 1940 begon Bernard IJzerdraat, leraar handenarbeid en schoonschrijven in Haarlem, met zijn anti-Duitse 'Geuzenactie'. Hij verspreidde het eerste illegale blad van Nederland: een vlugschrift getiteld 'Bericht no 2'. IJzerdraat voorspelde hierin de arbeidsinzet. Op zijn 'Bericht no 2' - het is de vraag of er ooit een nummer 1 heeft bestaan - liet IJzerdraat nog een hele reeks 'berichten van de Geuzenactie' volgen. Vanaf juli noemde hij zijn blad De Geus van 1940.

Op 13 maart 1941 werden achttien verzetsmensen, onder wie Bernard IJzerdraat, door een Duits vuurpeloton terechtgesteld. Naar aanleiding van die gebeurtenis schreef de dichter/verzetsman Jan Campert het gedicht 'De achttien dooden', dat begin 1943 door de illegale uitgeverij De Bezige Bij werd gepubliceerd. Het gedicht zou grote bekendheid krijgen.

Geuzen
Bernard IJzerdraats Geuzenberichten waren aanvankelijk niet meer dan een handgeschreven blaadje, dat werd verspreid als een kettingbrief. Elke ontvanger van de werd geacht de berichten een aantal keren over te schrijven, en vervolgens de exemplaren naar verschillende adressen sturen, zodat steeds meer Nederlanders de berichten onder ogen zouden krijgen.

De naam 'Geuzen' herinnerde aan de heldhaftige strijd van de Geuzen tegen de Spaanse bezetters van de Nederlanden, in de tijd van Willem van Oranje, bijgenaamd de Zwijger (1533-1584).

IJzerdraat begon ook een 'Geuzenleger' op te bouwen, wat inhield dat hij kennissen van hem overhaalde om tot dat geheime leger toe te treden. De eerste taak van het Geuzenleger zou zijn: het verzamelen van wapens. Maar een van de Geuzen praatte zijn mond voorbij, en de hele groep werd opgerold. Op 13 maart 1941 werden vijftien Geuzen, onder wie IJzerdraat zelf, plus drie Februaristakers doodgeschoten op de Waalsdorpervlakte bij Den Haag.

'De achttien dooden' van Jan Campert
Deze achttien doden kregen later in de oorlog, in 1943-1944, een bijzondere betekenis voor de 'bewuste Nederlanders'. Ze werden een symbool. Dat kwam door het verzetsgedicht 'De achttien dooden'> , geschreven door Jan Campert (1902-1943, hij kwam om in het concentratiekamp Neuengamme). Jan Campert is de vader van dichter Remco Campert >


Camperts gedicht over de doodgeschoten verzetsstrijders werd begin 1943 als rijmprent gedrukt. Het was de eerste publicatie van De Bezige Bij, een illegale uitgeverij die was opgericht door Geert Lubberhuizen en Charles van Blommestein. Deze twee kenden elkaar uit het Utrechtse studentenverzet.

De Bezige Bij
De publicaties van De Bezige Bij werden clandestien verkocht. 'De achttien dooden' voor vijf gulden per exemplaar, geen gering bedrag in die tijd. Uit de opbrengsten werd onder meer het werk van het Utrechts Kindercomité bekostigd. Dat comité bestond uit studenten die zich inzetten voor het redden, en op veilige adressen onderbrengen, van joodse kinderen.

Uitgeverij De Bezige Bij vierde in 2004 haar 60-jarig bestaan. Eigenlijk bestond de uitgeverij, zoals ook uit het bovenstaande blijkt, al wat langer dan die zestig jaar, maar formeel klopt het. Op 12 december 1944 werd in het geheim bij een Amsterdamse notaris de stichtingsakte ondertekend van de 'Coöperatieve Vereeniging De Bezige Bij, tot uitgave van boeken en tijdschriften'. Namens De Bezige Bij tekenden Henriëtte van Eyk, Halbo C. Kool en Sjoerd Leiker.

(Zie C.M Schulten, '"En verpletterd wordt het juk". Verzet in Nederland 1940-1945', 1995; Richter Roegholt, 'De Geschiedenis van De Bezige Bij 1942-1972', 1972; Bert Jan Flim, 'Omdat hun hart sprak. Geschiedenis van de georganiseerde hulp aan Joodse kinderen in Nederland', tweede druk, 1997)