NSB, Nationaal-Socialistische Beweging

Nederlandse politieke partij, 1931-1945.

Volgens de NSB-opvattingen moest één partij (de NSB) en één man (de Leider van de NSB) het in Nederland voor het zeggen hebben. De NSB was in de jaren dertig een toegestane politieke partij, die meedeed aan de verkiezingen en die vertegenwoordigers had in de Tweede Kamer. Bij de NSB was men overigens tegen de democratie, die zou hoe dan ook verdwijnen.

De toekomst werd, volgens de NSB-opvatting, zichtbaar in het fascistische Italië en het nationaal-socialistische Duitsland. Het fascisme/nationaal-socialisme zou, aldus diezelfde opvatting, Europa en de wereld redden van het communisme. De NSB wilde een 'gezonde volksgemeenschap', waarmee men bedoelde een Nederland zonder democratie, vakbonden, klassenstrijd en 'vreemde smetten'.

Aanhangers
NSB-aanhangers voelden zich vaak op de een of andere manier bedreigd - door de grote concerns, de socialisten, de communisten, de joden, de uitzichtloze crisis, het moderne leven in de stad, de platvloerse massa, het oprukkende Amerikaanse amusement.

Een groot deel van de NSB-aanhang bestond uit middenstanders en boeren die zich bekneld en tekortgedaan voelden. De NSB-kijk op de wereld werd onder meer verwoord door Het Nationale Dagblad en het weekblad Volk en Vaderland. Voor liefhebbers van antisemitische propaganda was er het tijdschrift De Misthoorn.

Leider Anton Mussert
De oprichter en 'Algemeen Leider' van de NSB, Anton Mussert, wilde 'de verrotte democratie' langs parlementaire weg afschaffen, bij meerderheid van stemmen. Van 1931 tot 1934 had Mussert zijn NSB-activiteiten gecombineerd met zijn functie als hoofdingenieur bij de Provinciale Waterstaat in Utrecht, tot in 1934 de regering het 'ambtenarenverbod' afkondigde (verbod NSB-lidmaatschap voor overheidspersoneel).

Mussert bleef de enige in Nederland die met een fascistische partij succes boekte. Andere fascistische/nazistische groeperingen bleven splintergroepen. De NSB drong door tot de Tweede Kamer. Bij de verkiezingen voor de Provinciale Staten in 1935 haalde de NSB haar hoogste aantal stemmen: 7,94 procent van het totaal. (In die tijd ging nog vrijwel iedereen stemmen, omdat het kiesrecht gekoppeld was aan opkomstplicht.)

Daarna kalfde de aanhang van de partij snel weer af. Bij de Statenverkiezingen van 1939 was het percentage NSB-stemmers ten opzichte van 1935 gehalveerd.

Hitlers NSDAP als voorbeeld
Mussert had voor zijn 'Beweging' het nodige afgekeken van Hitlers partij, de NSDAP. Hij probeerde wel zijn nationaal-socialisme 'Nederlands' te houden: Oranjegezind en niet antisemitisch. Maar dit bleek moeilijk vol te houden. Veel partijleden waren nu eenmaal fel anti-joods. Zij waren niet bij de NSB gegaan om dat te verbloemen.

Hitlers partij had de SA, een soort partijleger. Musserts partij had de WA (Weerafdeling, 'weer' in de betekenis van weerbaarheid). Bij NSB-manifestaties trad de WA op als ordedienst. De NSB deed veel aan uiterlijk vertoon. Daarin was de NSB overigens niet uniek. Ook andere partijen hielden indertijd grote massa-meetings en optochten met vlaggen, vaandels, trommels, insignes.

De NSB had een eigen groet of uitroep, 'Hou Zee!'. Onderling noemde men elkaar kameraad (m) of kameraadske (v). De jeugd kon ook bij de NSB terecht, bij de Jeugdstorm, geleid door C. van Geelkerken. Menige 'stormer' zou later als SS'er sneuvelen aan het Oostfront.

Tegenslagen ...
In 1940-1945 lieten Mussert en de NSB zich voor de doeleinden van de bezetter gebruiken. Ze kwamen niet 'aan de macht', zoals zij in mei 1940 gehoopt en verwacht hadden. Hitler benoemde Mussert eind 1942 wel tot Leider van het Nederlandse volk, maar dat had weinig praktische betekenis.

Het zat Mussert trouwens helemaal tegen. In de kringen waar hij het van moest hebben vond hij weinig steun voor zijn toekomstideaal: een zelfstandig Nederland (liefst een Groot-Nederland met België erbij) binnen Hitlers nieuwe Europa. Het SS-ideaal van alle germanen in één groot rijk kreeg de overhand.

... maar aanhang groeit
De NSB werd in 1940-1945 algemeen gehaat en geminacht ('landverraders'). Toch nam het aantal NSB-leden tijdens de bezetting aanzienlijk toe, van 31.000 in 1940 tot 100.000 in 1942. Het ging hier om mensen die in de Nieuwe Orde vooruit wilden komen: 'je moet met je tijd meegaan', redeneerden ze. In 1943-1944 verloor de NSB veel aanhang, tot alleen een harde kern overbleef.

Berechting
Na de oorlog werden NSB'ers massaal opgepakt en gevangengezet. Pas in 2008 werd door onderzoek bekend dat NSB-leider Anton Mussert tijdens de bezetting een vermogen bij elkaar had geroofd. Omgerekend naar nu was zijn bezit ruim tien miljoen euro waard. Het bezit werd verkregen door afpersing van bedrijven en in beslagname van Joods bezit. En dat terwijl Mussert na de oorlog werd afgeschilderd als een saaie burgerman.
154 NSB-leden worden ter dood veroordeeld. In 110 gevallen is de doodstraf omgezet in levenslang. Mussert kreeg de doodstraf, wegens landverraad. Hij werd op 7 mei 1946 gefusilleerd.