Onderdrukking van het verzet

In 1943 kwam het verzet tot volle ontplooiing, tegen de verdrukking in. Het beruchte 'Oranje Hotel', bijnaam van de gevangenis in Scheveningen, zat vol verzetsmensen. Begin 1943 was het concentratiekamp Vught in gebruik genomen, een door de SS ingericht kamp, dat officieel 'Polizeiliches Durchgangslager Herzogenbusch' heette.

Talrijke verzetsmensen werden er vastgezet, waaronder veel communisten. Bij de processen tegen verzetsmensen vielen voortdurend doodvonnissen. Lijsten met de namen van de geëxecuteerden werden in de dagbladen gepubliceerd.

Doodvonnissen voor CS-6
In oktober 1943 bijvoorbeeld brachten de kranten een bericht over 'Negentien doodvonnissen te Amsterdam'. Het betrof leden van de verzetsgroep CS-6. Volgens het bericht waren op 1 oktober 1943, na vonnissen van het 'Polizeistandgericht Amsterdam', ter dood gebracht: de student in de medicijnen Leo Frijda, de student in de biologie Hans Katan, de leerling der machinistenschool Louis Boissevain, de kantoorbediende Gideon Boissevain, de werktuigkundige Jan Karel Boissevain, Petrus Pooters (zonder beroep) - enzovoort. Leo Frijda werd nader aangeduid als jood, Hans Katan als halfjood.

Het bericht eindigde aldus: 'Daarmee hebben de moorden op luitenant-generaal Seyffardt, commandant van het vrijwilligerslegioen "Nederland", en op oud-minister Posthuma en andere leidende persoonlijkheden in Nederland, een aantal spoorwegaanslagen en een aantal roofovervallen hun vergelding verkregen'.

De in 1943 uitgeschakelde verzetsgroep CS-6 was voornamelijk samengesteld uit jongeren, studenten. Haar basis was het huis van de Amsterdamse familie Boissevain, Corellistraat 6 (CS-6). De groep, die bindingen had met de illegale CPN, hield zich onder meer bezig met sabotage, gewapend verzet en het redden van joden. In het huis aan de Corellistraat trof de politie een werkplaats aan voor het maken van springstoffen.

Liquidaties
Het verzet liet zich door de vele doodvonnissen niet afschrikken. Wel was er binnen het verzet onenigheid over aanslagen op personen. 'Stille liquidaties' van verraders waren vaak onvermijdelijk, daar was men het wel ongeveer over eens. Anders lag het bij aanslagen op lieden als Seyffardt, of op NSB'ers of Duitsers. Die aanslagen leidden tot een verbeten jacht op verzetsmensen, en tot represailles tegen burgers die met die aanslagen niets te maken hadden.

De verzetsman Eduard Veterman schreef meteen na de oorlog:
'Ik heb het altijd een verbijsterende soort van rekenen gevonden, wanneer men één Duitsen officier doodschoot, om daarvoor meerdere Hollandse gijzelaars te zien fusilleren. Zulk gedoe leverde geen winst; men hield martelaren over en geen helden.'


Genadeloos terugslaan: Silbertanne
Nederlandse medestanders van de bezetter voelden zich in 1943 steeds onveiliger. Volgens de Duitse politiechef Rauter moesten aanslagen genadeloos worden afgestraft, door het doodschieten van grote aantallen gijzelaars. NSB-leider Mussert was daar tegen. Volgens hem zou die methode de NSB in een onmogelijke positie brengen. Ze konden zelfs 'het einde' van de NSB betekenen.

De bezetter koos nu voor een ander soort 'contra-terreur'. Vrijwilligers uit een fanatieke Nederlandse nazi-groepering, de Germaanse SS, gingen een reeks moorden plegen op nietsvermoedende Nederlanders. De Sicherheitspolizei ondersteunde deze actie, die de codenaam 'Silbertanne' (zilverden) kreeg.

De Silbertanne-moorden vonden plaats van september 1943 tot september 1944. Er vielen ruim vijftig slachtoffers, onder wie de bekende schrijver A.M. de Jong (in zijn huis doodgeschoten op 19 oktober 1943).

De Landwacht
Een heel andere tegenmaatregel tegen het verzet was de oprichting van de Landwacht, in november 1943. De Landwacht, een uit NSB's samengesteld korps hulppolitie, zou in maart 1944 op straat verschijnen. Ze werd bewapend met jachtgeweren, vandaar de scheldnaam 'Janhagel'. De NSB (Mussert) had over de Landwacht weinig te vertellen, ze kreeg haar orders van de Duitse politiechef Rauter.

De Landwacht bewaakte belangrijke gebouwen, controleerde persoonsbewijzen en voerde arrestaties uit. De Landwachters werden vooral berucht doordat burgers die bij de boeren landbouwproducten hadden gekocht die producten vaak moesten afstaan aan controlerende Landwachters.