Het Chinezenconflict

In april 1942 gaan vierhonderd Chinese zeelieden op de Antillen in staking. Ze worden slecht betaald ook al werken ze op de gevaarlijkste plek bij duikboot-aanvallen, onderin de olietankers.

Staking Chinese zeelieden bloedig onderdrukt
Maar staken is verboden vanwege het belang van het werk voor de oorlog. De stakers worden onmiddellijk opgepakt. Er ontstaat een oproer dat met veel geweld door politieagenten wordt neergeslagen. Zij schieten vijftien Chinezen dood.

Censuur
Een artikel over de slechte behandeling van de Chinese zeelieden wordt door de censuur verboden. Om te wijzen op de rechten van de Chinezen plaatst de redactie van de krant Amigoe di Curacao op de witte plek van het artikel alleen een korte tekst uit de Curaçaose Staats-regeling over de afschaffing van de slavernij.

Hierop legt gouverneur Wouters de krant een verschijningsverbod op; de drukpersen worden verzegeld. Dit wekt veel verzet. Drie dagen later verschijnt de krant weer, maar het eerstvolgende nummer wordt opnieuw gecensureerd.

Persbericht 24 april 2007
Slachtoffers 'Februaristaking' Curaçao herdacht

Willemstad, Curaçao. Op zondag 22 april heeft Mgr. Dr. Amado Römer, Bisschop van Curaçao, de begraafplaats Kolebra Bèrdè te Willemstad in ere hersteld en gezegend.

Tijdens de ceremonie werd tevens een plaquette onthuld door voorzitter Nizaar Makdoembaks van de Stichting Eerherstel Oorlogsslachtoffers Curaçao. Daarmee werden vijftien geëxecuteerde Chinezen van Nederlandse afkomst herdacht die 65 jaar geleden tijdens de Tweede Wereldoorlog werden begraven op een ongewijde begraafplaats.

De Chinese stokers uit Rotterdam werden tijdens een staking begin 1942 vastgezet in gevangenkamp Suffisant op Curaçao. Deze arbeiders van de Curaçaose Scheepvaart Maatschappij (CSM), een dochteronderneming van de latere Shell Curaçao, waren afkomstig van een aantal olietankers die ruwe olie uit Venezuela vervoerden naar het Caribisch gebied. De olieraffinaderijen draaiden op topcapaciteit en brachten grote economische bloei. Met behulp van de brandstof kon de geallieerde oorlogsmachine mede in stand gehouden worden. Ten gevolge van de olietransporten was de Caribische Zee tot oorlogsgebied verklaard. Duitse duikboten torpedeerden regelmatig de tankers.

De CSM-vloot telde meer dan duizend bemanningsleden, waaronder circa vierhonderd Chinezen. Ten opzichte van de Nederlandse bemanning werden de Chinese arbeiders minder goed behandeld. Er waren verscheidene malen loonconflicten en ook voor hun veiligheid werd minder goed gezorgd. Zij gingen in staking, evenals een aantal Nederlandse officieren.

Op 13 maart 1942 werden de stakende Chinezen opgeroepen voor het hoofdbureau van de politie aan het Wilhelminaplein. Hun leiders werden gesommeerd om te gaan varen. Toen zij dit weigerden, werd de groep overgeplaatst naar Suffisant. Ze stonden onder bewaking van gewapende politieagenten en gewapende bewakers van de Curaçaose Petroleum Industrie Maatschappij. Toen dezen door intimidatie trachten het verzet te breken, ontstond oproer onder de stakenden. De bewakers openden vervolgens het vuur en twaalf Chinezen werden direct doodgeschoten, drie overleden kort daarna en 44 raakten gewond. De Curaçaose autoriteiten, onder leiding van gouverneur Wouters, werden door dit voorval sterk in verlegenheid gebracht. Op 21 april 1942 werden de twaalf Chinese slachtoffers snel en anoniem begraven op Kolebra Bèrdè, een ongewijde begraafplaats voor misdadigers en criminelen.

Het dossier over de exacte toedracht van de Curaçaose 'Februaristaking' is nooit vrijgegeven en tijdens de parlementaire enquête in 1948 over het Nederlands regeringsbeleid ten tijde van de WO II, is de geschiedenis bewust niet nader onderzocht.

In april 2003 werd de begraafplaats voor de eerste maal gewijd door Mgr. Luis Secco, bisschop van de Nederlandse Antillen en Aruba. Die ceremonie volgde op een schoonmaakactie van de verwaarloosde en overwoekerde begraafplaats door de Stichting Eerherstel Oorlogslachtoffers Curaçao (SEOC). Twee dagen geleden werd dan de plaquette onthuld en Kolebra Bèrdè in ere hersteld. Bij deze plechtigheid waren enkele prominenten aanwezig. Naast Mgr. Römer werd de ceremonie bijgewoond door Wim van Lamoen, vakbondsleider, Charles Dorego, oud-ambtenaar van de Burgerlijke Stand, Nizaar Makdoembaks, voorzitter SEOC en Junnes E. Sint Jago, die eerder een boek schreef over het bloedbad in 1942.