Smokkelen

Salo MullerSieny Kattenburg

‘Wat ik me herinner is dat een man me ’s avonds laat uit bed haalde, me op zijn schouders zette en met me wegliep. Bij de voordeur zag ik mijn oom staan. Ik was zo ontzettend blij om een bekend gezicht te zien, dat mijn familie me kwam redden.’
Salo Muller

Weggesmokkeld
De crèche wordt minder zwaar bewaakt dan de Schouwburg. Vaak staat er niet eens een bewaker voor de deur. Het is daarom mogelijk om kinderen uit het gebouw te smokkelen. Baby’s en peuters worden in een tas, doos, koffer of zelfs vuilnisemmer gestopt. Daarmee lopen de kinderverzorgsters naar buiten. Ook worden kinderen weggesmokkeld als ze met een groepje buiten een wandeling maken.

Tram en leeg klaslokaal
Als de tram door de straat rijdt kan de bewaker bij de Hollandsche Schouwburg de crèche niet zien. Dan kunnen de kinderverzorgster en het kind gewoon de voordeur uit lopen. Naast de crèche is een school. De schooldirecteur helpt ook mee.

Via de tuin van de crèche komen de kinderen in een leeg klaslokaal. Ze ontsnappen uit de school als de kust veilig is. Eenmaal buiten de crèche nemen andere verzetsmensen de kinderen over en brengen ze naar een veilige plek.

Het joodse crèchepersoneel in verzet
Henriëtte Henriquez Pimentel is vanaf 1926 directrice van de crèche. Ze is streng maar heel geliefd, en onafscheidelijk van haar hondje Brunie. In 1942 is ze 65 jaar oud. Samen met Walter Süskind, directeur van de Joodse Raad in de Hollandsche Schouwburg, bedenkt ze het plan om kinderen uit de crèche te redden. Zelf moet ze in juli 1943 mee op transport. Op 17 september 1943 wordt ze in Kamp Auschwitz vermoord.

‘Directrice Pimentel zocht een paar kinderverzorgsters uit om mee te helpen met het smokkelplan, waaronder ik. Ik deed het omdat ze me dat vroeg. Iedereen had veel respect voor haar. Ze was heel zorgzaam. Zo moesten mijn verloofde Harry Cohen, die bij de Joodse Raad werkte, en ik van haar snel gaan trouwen. Dan konden we tenminste als getrouwd stel samen onderduiken.’
Sieny Kattenburg