Marokkaanse krijgsgevangenen in Zeeland

‘We hadden nog nooit een neger gezien. Eentje zei altijd Bye Bye tegen ons. We dachten dat hij zo heette, pas later begrepen we dat het Engels was.’
Francina Tatenhove

Dwangarbeid in Zeeland in 1943
In de zomer van 1943 komen er opnieuw Marokkanen in Zeeland. Het zijn gevangenen genomen soldaten die als dwangarbeiders voor de Duitsers moeten werken. Ze bouwen mee aan de Atlantik-Wall, de grote Duitse verdedigingslinie langs de kust.

De inwoners van Zeeland hebben nog nooit zulke mannen gezien, gehuld in lange donkere jassen, met rare hoofddeksels en sandalen. De Marokkanen worden ondergebracht in kleine kampen in Middelburg, Borssele, Domburg, Aagtekerk en Koudekerke bij Vlissingen.

Marokkaanse krijgsgevangenen voor een barak in het kamp te Kouderkerke, zomer 1944. De man rechts heeft een zogenaamde slangenstok in zijn hand. Dit waren stokken versierd met slangenfiguren, die de gevangenen met dorpsbewoners ruilden tegen eten en kleding. (foto: Zeeuws Archief)De graafploeg van Marokkaanse krijgsgevangenen in Middelburg, 1943. (foto: particuliere collectie)

Steun van dorpsbewoners

De dorpsbewoners hebben medelijdenmet de vreemdelingen, die ver van huis zijn opgesloten achter prikkeldraad. Ze breien warme mutsen en sjaals voor de gevangenen en brengen soms wat eten. Als dank krijgen de dorpsbewoners van de Marokkanen zelfgemaakte slangenstokken en ringen van muntgeld. Er ontstaan zelfs vriendschappentussen de dorpelingen en de Marokkanen.

Maar even onverwachts als ze zijn gekomen vertrekken de Marokkanen weer, in het najaar van 1944. Ze worden overgebracht naar kampen in Frankrijk en Duitsland.

Na de strijd in Zeeland in de meidagen van 1940 werden Franse en Marokkaanse soldaten gevangen genomen en met goederentreinen overgebracht naar Duitsland. Overal waar de treinen stilstonden, maakten de gevangenen contact met de bevolking die hen eten en drinken gaven. (foto: Vredeseducatie)

Zeelanders over Marokkaanse dwangarbeiders

'Ik was negen jaar toen ik in Vlissingen een vreemde groep mensen voorbij zag komen. Donkere mannen, gekleed in vodden, liepen door de Badhuisstraat. Ze werden bewaakt door Duitse soldaten met geweren in de aanslag. Af en toe riepen ze wat onverstaanbaars. Ik wilde een van de mannen een koekje geven, maar ik werd afgesnauwd door een bewaker.'
Piet Quite

Elke morgen en avond liepen de Marokkanen op weg naar hun werk door onze straat in Vlissingen. Als we naar school moesten, reden we soms in dezelfde tram als de Marokkanen. De meisjes probeerden zo dicht mogelijk bij ze te zitten en probeerden een praatje te maken of gaven briefjes door. Op een gegeven moment moesten de meisjes bij de directeur van de school komen. De Duitse bewakers hadden geklaagd. Het werd verboden nog langer contact te hebben met de Marokkanen.’
Ad van Dijk




‘Je kan het een vorm van naastenliefde noemen. Vooral mijn jongere zusje en broertje brachten eten aan de Marokkanen. Bij kleine kinderen maakten de Duitse bewakers geen problemen. We brachten een keer pannenkoeken. Mijn moeder zei tegen mijn zusje dat ze eerst de Duitse schildwacht een pannenkoek moest aanbieden. Wanneer die in de smaak zou vallen, mochten de gevangenen vast ook wel een pannenkoek.’

Ad van Dijk

Marga van Dijk‘Met sommige Marokkanen waren we bevriend. Ik herinner me Bellaïd Ben Achmed, door ons Nimbou genoemd. In het begin was hij moe en neerslachtig. Hij had heimwee en moest ook heel hard werken. Op een gegeven moment vertelde hij ons dat hij de volgende ochtend heel vroeg zou vertrekken naar Frankrijk. Waarschijnlijk vonden de bewakers hem te lastig. We stonden die ochtend op het balkon voor ons huis om Nimbou en nog een paar andere gevangenen uit te zwaaien. Vanuit Frankrijk heeft hij ons later nog brieven gestuurd.’
Marga van Dijk

‘Ik had een poesiealbum waar een van de Marokkanen iets in heeft geschreven. Hij heette Louis Merzouqui. Hij schreef in het Frans en in het Arabisch. Mijn broer Ad heeft er een tekening bij gemaakt. We kregen ook een foto van hem, waarop hij samen met zijn broer staat. Die broer was eerder in de oorlog gesneuveld.’
Marga van Dijk

‘De Marokkanen in Borssele zaten gevangen achter prikkeldraad in een barak aan de Zeedijk. Ik had nog nooit zulke donkere mannen gezien. Ze hadden mooie krullen en dat vond ik prachtig. Het liefst ging ik met een paar vriendinnen naar het kamp. Hoewel het een rottijd was, vonden we het heel spannend. Ik was naaister en breide wel eens kleren voor de Marokkanen. Eigenlijk mocht dat niet. Als de Duitsers zagen dat ze een trui van ons aan hadden, pakten ze die af. Dus breide ik sokken, onderbroeken en onderhemden, want die konden ze niet zien.'
Francina Tatenhove

'Het dorp betoont hen veel sympathie, vrouwen wassen voor hen, sommigen doen zelfs meer. Er is één werkelijk beeldschone jongen bij, en profiel als een woestijngazelle. Hij is zilversmid van beroep en maakt in vaders werkplaatsje sieraden van geldstukken die de mensen brengen. Soms maken ze muziek, op meegebrachte en zelfgemaakte instrumenten, ze dansen en zingen. Ik verga van nostalgie als ik dat hoor, maar echt contact kan ik niet met hen krijgen. Ook hun etensgeuren brengen een armzalige vleug oosterse romantiek in dit afgelegen oord.’
dagboekaantekening van Hans Warren

'Mijn moeder Neeltje Joziasse-de Witte had een kruidenierswinkeltje. Bij de toonbank had ze een doos neergezet met het opschrift ‘Voor de Marokkanen’. Daar konden de klanten spullen in stoppen, meestal was dat voedsel of kleding. Elke dag kwamen de gevangenen op de terugweg van hun werk even langs om te kijken of er wat in zat. Als dank kreeg mijn moeder slangenstokken en ringen, die ze weer aan de klanten gaf die wat in de doos hadden gedaan. Na de oorlog ontving ze bedankbriefjes van de Marokkaanse dwangarbeiders. Ze was hier erg blij mee en heeft ze zorgvuldig bewaard.'
Jannie Joziasse

'Het was voor ons kinderen een hele belevenis toen de Marokkanen in Koudekerke gevangen zaten. Wij gingen vaak naar het Marokkanenkamp, zoals wij het noemden. Wij praatten met de gevangenen over het prikkeldraad, in gebarentaal want we verstonden elkaar niet. In ruil voor wat eten kregen we stokken, waarop slangen waren uitgesneden. Jarenlang heb ik deze stokken bewaard.'
B. Mosselman

Wij hadden er geen idee van dat er zoveel bewaard is gebleven. Bijzonder indrukwekkend. We hebben hier drie uur doorgebracht, maar zijn gestopt omdat we niets meer op konden nemen. Wij komen zeker terug om de rest te bekijken.

Jaap en Hilda Oskam, Nieuwegein

De expositie lijkt niet groot, maar al met al kun je hier toch een paar uur besteden. Er is een overzichtelijke tijdlijn hoe het verzet is ontstaan, wat als een rode draad door het museum loopt

Stephanie K

Heel goed en duidelijk ingericht museum, uitermate geschikt voor de jongeren die m.n.vanuit b.v. geschiedenis, willen zien, ervaren en leren wat het verzet en de oorlog betekend heeft. Leerzaam en waardevol!!

Wilma V

Als je aan je kinderen wil uitleggen wat oorlog nou eigenlijk is, als je met je ouders terug wil in een voor hun zo een belangrijke tijd, of je wil gewoon meer weten over de oorlog. Ga dan hier naar toe.

Jc H, Amsterdam

Een museum voor jong en oud en wat mij betreft verplicht voor iedereen. Je wordt door het museum geleid en het bijzondere zijn de verhalen van gewone mensen. Veel geleerd ondanks dat ik het nodige wel wist.

Martijn, Amsterdam

All information is in Dutch and English. Good chronological overview of the Dutch resistance during WWII. Chilling statements, informative displays, don't forget to put this museum on your to do list!

NF, Hasselt (België)

One of the best museums I've been to in a long time. Seeing the dreadful acts of war through the eyes of the Dutch people. The displays were really well thought out and in different media forms. I highly recommend it.

Spamette, Yorkshire
Tripadvisor