Zuilen, verzuiling

Zuil: samenstel van diverse maatschappelijke organisaties die overduidelijk dezelfde godsdienstige-levensbeschouwelijke-politieke grondslag hebben.

Verzuiling: ontstaan en opkomst van 'zuilen', in Nederland na 1850. De hoogste graad van verzuildheid kende Nederland tussen 1925 en 1965. Er waren een protestants-christelijke, een rooms-katholieke, een socialistische (sociaal-democratische) en een liberale zuil.

Structuur van de zuilen
Een zuil omvatte een politieke partij, vakbonden, een woningbouwvereniging, verzekeringskassen, jeugdverenigingen, sportverenigingen, kranten, een omroep. De 'confessionele' zuilen hadden ook eigen scholen. Het woord zuil dook tussen 1930 en 1940 op in het jargon van ambtenaren in Den Haag.

Op 20 februari 1940 kregen krantenlezers de term voor het eerst onder ogen, althans de lezers van De Telegraaf. In een artikel over de werklozenzorg stond dat 'vier zuilen' zich met de werklozenzorg bemoeiden, wat tot complete verdeeldheid in die zorg had geleid. De terminologie van zuil, verzuiling, ontzuiling raakte pas na 1945 ingeburgerd.

Kiesrecht en bijzonder onderwijs in 1917
Zeer belangrijk voor het proces van verzuiling was de grondwetswijziging van 1917. Daarmee werden twee dingen mogelijk gemaakt: algemeen kiesrecht en de financiële gelijkstelling van het bijzonder onderwijs aan het openbaar onderwijs. Voor die gelijkstelling was een felle politieke strijd gevoerd, de befaamde 'schoolstrijd' die eindigde met de 'pacificatie' van 1917.

Voor 1917 ontvingen scholen op rooms-katholieke en protestantse grondslag minder financiële steun van de overheid dan de openbare scholen. De gereformeerde voorman Abraham Kuyper en de katholieke voorman H.J.A.M. Schaepman werkten samen om die achterstelling ongedaan te maken.

Politieke partijen ontstaan in 19de eeuw
Abraham Kuyper was de oprichter van de Anti-Revolutionaire Partij (ARP, 1879) en van een universiteit op gereformeerde grondslag: de Vrije Universiteit (VU, 1880). H.J.A.M. Schaepman richtte in 1896 de Rooms-Katholieke Staatspartij op. Deze RKSP werd in 1946 herdoopt in Katholieke Volkspartij (KVP). In 1980 gingen KVP en ARP op in het CDA.

In het negentiende-eeuwse Nederland namen grote bevolkingsgroepen nauwelijks deel aan de maatschappij. Onder die groepen heerste armoede; hun stem werd niet gehoord. De eerder genoemde grote voormannen wilden daar verandering in brengen. Schaepman voor het rooms-katholieke volksdeel, Kuyper voor de gereformeerde 'kleine luyden'.

Katholieken en protestanten
De voormannen wilden hun eigen groep sterk en zelfbewust maken. Tegelijk waren ze bereid te erkennen dat de andere groep recht had op hetzelfde niveau van voorzieningen als de eigen groep. Katholieken en protestanten wantrouwden elkaar. Protestanten vroegen zich - tot ver in de twintigste eeuw - af of de katholieken, met hun trouw aan de paus in Rome, wel echt loyale burgers van Nederland waren.

Van hun kant waren de katholieken zich sterk bewust van hun tweederangspositie in Nederland. Als de groepen bij hun 'emancipatie' gelijk opgingen, zouden de tegenstellingen tussen die groepen binnen de perken blijven. Gescheiden ontwikkeling; geen overheersing van de ene groep door de andere. Verzuiling was een manier om de vrede te bewaren.

Socialisten
Een nieuwe - door de andere groepen ook zeer gewantrouwde - groep, de socialisten, bleef aanvankelijk buiten de verzuiling. Na de oprichting van de reformistische Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (SDAP, 1894) kwam daar verandering in. De sociaal-democraten bouwden een indrukwekkende zuil op.

Liberalen
De liberalen deden met enige tegenzin mee aan de verzuiling, hun groep hoefde ook niet geëmancipeerd te worden. De liberalen hadden een voorkeur voor algemene voorzieningen, zoals een algemene radio-omroep (de AVRO). Net als de socialisten waren de liberalen principieel voor openbaar onderwijs.

Mislukte 'doorbraak' na 1945
Tijdens de Duitse bezetting verdwenen de zuilen. In 1945 waren er in Nederland vaak pleidooien te horen voor meer eenheid en eensgezindheid onder het Nederlandse volk. Dus geen terugkeer van de zuilen en de bijbehorende 'hokjes- en schotjesgeest'. Maar het liep anders.

Zo ongeveer het eerste wat in de periode van de Wederopbouw weer herrees waren juist de oude, vertrouwde zuilen. Pogingen tot 'doorbraak' mislukten. Pas twintig jaar later begon zich de 'ontzuiling' af te tekenen.

 

 

© Verzetsmuseum Amsterdam

Wat een fantastische opzet van het kindergedeelte van het museum. Heel interactief en heel leerzaam. Ook voor de volwassenen. Ik ben blij ben dat ik met mijn zoon van 12 ben gegaan.

Jorg V

De expositie lijkt niet groot, maar al met al kun je hier toch een paar uur besteden. Er is een overzichtelijke tijdlijn hoe het verzet is ontstaan, wat als een rode draad door het museum loopt

Stephanie K

Heel goed en duidelijk ingericht museum, uitermate geschikt voor de jongeren die m.n.vanuit b.v. geschiedenis, willen zien, ervaren en leren wat het verzet en de oorlog betekend heeft. Leerzaam en waardevol!!

Wilma V

Het junior bezoek begint met de tijdmachine. Daarna leidt het boekje je door het leven van 4 kinderen. Je stapt letterlijk in bijv. een huiskamer en moet daar antwoorden op de vragen vinden. Heel boeiend voor kinderen. Een echte aanrader!

Hoekjes, Rotterdam

Als je aan je kinderen wil uitleggen wat oorlog nou eigenlijk is, als je met je ouders terug wil in een voor hun zo een belangrijke tijd, of je wil gewoon meer weten over de oorlog. Ga dan hier naar toe.

Jc H, Amsterdam

This museum gave me an insight like I never knew what had happened. It is so much like what happened in Germany and really depicts what the Dutch went through.

Ringdais, Adelaide

This museum across the street from the zoo and in the area where there was resistance activity is worth a visit. Anyone slightly interested in history will be captivated by the exhibits and personal notes and memorobilia.

Ashverse, South Carolina
Tripadvisor