Inleiding
Van mei 1940 tot mei 1945 is Nederland door nazi-Duitsland bezet. De Duitse bezetters hopen bij de Nederlanders sympathie te winnen voor een nationaal-socialistisch Groot Germaans rijk, waar Nederland deel van uitmaakt. De Nederlandse helden moeten daarom worden ingepast in het nationaal-socialistische gedachtegoed, dat uitgaat van de superioriteit van het Germaanse ras. Ook hebben de nieuwe machthebbers behoefte aan een nieuw nationaal symbool dat de plaats kan innemen van de koninklijke familie, die naar Engeland en Canada is uitgeweken. De Nederlandse held die hiervoor het meest in aanmerking komt is de schilder Rembrandt van Rijn. Rembrandt heeft ook in Duitsland een heldenstatus. Hij wordt gezien als een grote kunstenaar met typisch Germaanse ‘volkse kracht’: ondanks tegenslagen bleef hij trouw aan zichzelf.
De Duitsers richten in Nederland een Departement van Volksvoorlichting en Kunsten op met een afdeling propaganda, die wordt bemand door Nederlandse nationaal-socialisten. Zij gaan Rembrandt in beeld brengen als boegbeeld van de Germaans-Nederlandse cultuur. Er komen Rembrandtherdenkingen en -feesten en er worden een Rembrandtfilm en een Rembrandtopera gemaakt. Het is de bedoeling dat Rembrandts geboortedag – 15 juli – op den duur de belangrijkste nationale feestdag wordt. De Nederlanders lopen er niet warm voor.