Cornelis Colijn

Zandvoort In concentratiekampen droegen politieke gevangenen dit merkteken op hun kleding. Nederlandse gevangenen met een rode driehoek waren vooral verzetsmensen. 68957

Terug Tentoonstelling
  • Geboren
  • 12-04-1905
  • Voorhout
  • Aankomst
  • 26-05-1944
  • Dachau
  • Doorgevoerd
  • 26-08-1944
  • Flossenbürg

Aanvullingen

Kees den Elzen

op

Cees Colijn, bloembollenkweker en verzetsman (760) Cornelis Colijn wordt op 12 april 1905 in Voorhout geboren. Zijn geboortehuis staat in de gemeentelijke administratie als wijk II nummer 10a. Zijn ouders, Willem en Trijntje Colijn-Algera verhuizen later naar Anna Paulowna waar ze aan de Zandvaart wonen. Cees ontmoet hier zijn bruid Johanna Jacoba (Jo) Dwarswaard (1913-1998). Zij is in Sassenheim geboren maar ook het gezin van haar ouders trekt in de dertiger jaren naar de Noord waar dan veel bollenkwekers actief zijn. Ze wonen aan de Molenvaart in Anna Paulowna. In augustus 1936 trouwen Cees en Jo in Anna Paulowna. ( tekening aan de hand van de foto op het persoonsbewijs ) Cees Colijn is bloembollenkweker. Het echtpaar gaat wonen aan de Zandvaart waar tegenover de P.C.-school nieuwe woningen gebouwd zijn. We weten niet zeker of Cees in 1939 opgeroepen wordt bij de landelijke mobilisatie. Het gezin Colijn-Dwarswaard blijft kinderloos. In 1941 wordt in Anna Paulowna de Organisatie Onderduikershulp actief. Dat begint met beroepsmilitairen die zich niet voor krijgsgevangenschap willen melden. In de loop van 1942 wordt de LO, Landelijke Organisatie aan Onderduikers opgericht en de hulp wordt nu gecoördineerd en krachtig aangepakt. Cees Colijn is lid van de, in het begin voornamelijk door gereformeerde verzetsmensen gevormde, LO-Breezand. Hij wordt als de rechterhand beschouwd van de eveneens omgekomen plaatselijk leider Leendert Pieterse. De organisatie werkt onafhankelijk van de Polderse onderduikorganisatie maar onderhoudt er wel contacten mee. Het aantal onderduikers groeit snel. Mensen die in Duitsland moeten gaan werken, studenten, spoorwegmannen, leden van de BS maar ook Joodse landgenoten. Het onderbrengen van de laatsten is extra moeilijk want een groot risico. Als ze gepakt worden komen de Joodse onderduikers, maar ook hun kwartiermakers nooit meer terug. Cees Colijn is een zwijgzaam man die niet op de voorgrond treedt. Dorpsgenoten of familieleden kunnen weinig over hem vertellen omdat kennis levensgevaarlijk is. De meeste familieleden weten niet eens dat hij in het verzet zit. De weduwe van Cees verklaart later dat zijn activiteiten vooral voortkwamen uit zijn streven om de Duitsers zoveel mogelijk tegen te werken. Cees is lid van LO-Breezand. Er zijn tegenstrijdige berichten over een lidmaatschap van de LK, de Landelijke Knokploeg. Overdag heeft hij zijn eigen bezigheden als bollenkweker, waarbij hij voornamelijk op contract werkt. Hij heeft land bij de Eendenbrug en fietst daar dagelijks over de Molenvaart heen. ’s Avonds en op zaterdag gaat hij naar de Wieringermeer en de Oostpolder om adressen voor onderduikers te zoeken. Ook zorgt hij voor distributiebonnen en verspreidt hij het illegale blad Trouw. Op 15 maart 1944 wordt Cees Colijn gearresteerd. Door de manier waarop dat gebeurt lijkt het er sterk op dat hij verraden is. De Duitsers komen ’s nachts met drie, vier man om hem van zijn bed te halen. Hij wordt samen met een onderduiker uit Zutphen meegenomen naar Amsterdam. Daar heeft hij zes weken gevangen gezeten. Daarna komt hij in kamp Vught terecht. In Amsterdam en Vught kan zijn vrouw hem een paar keer bezoeken. Hij zegt haar om niet te trots te zijn als mensen haar met geld willen helpen. Op 25 mei 1944 wordt Cees samen met 850 andere gevangenen van Vught naar Dachau overgebracht. In ‘Het Grote Gebod’, het gedenkboek van het verzet in LO en LKP wordt geschreven dat Cornelis Colijn op 8 oktober 1944 bij een bombardement op het concentratiekamp in Flossenberg omkomt. Hij is begraven op het Nederlands Ereveld Frankfurt-Oberrad (Frankfurt am Main) vak B, rij 2, graf 2. Voor zijn echtgenote is het vooral moeilijk dat ze lange tijd niet weet hoe het hem vergaat. Als hij al lang is overleden krijgt ze nog bericht dat hij naar een ander Duits kamp is overgebracht. Jo Colijn-Dwarswaard blijft in Anna Paulowna wonen. Ze houdt kostgangers, vaak leerkrachten van de tegenover liggende school. Ze hertrouwt in 1962 met Joan Louis Schweig en overlijdt op 30 juli 1998 in Nijmegen. In Breezand is de C.J. Colijnstraat naar Cees Colijn vernoemd. Waar de J. in die naam vandaan komt is ons niet duidelijk. De naam van Cees is samen met die van twee dorpsgenoten en verzetsmensen vereeuwigd op het gemeentelijk oorlogsmonument in Anna Paulowna. De naam van P. Bergman op dat monument is van de zwager van zijn zus Gré Colijn, die met Johannes, de broer van Pieter Bergman getrouwd is. Cees Colijn staat ook op de Nationale Erelijst van Gevallenen 1940-1945. Hierop zijn de namen vermeld van bijna 18.000 Nederlandse oorlogsslachtoffers. De Erelijst bevindt zich in de hal van de voormalige Tweede Kamer der Staten-Generaal in Den Haag. Hier wordt elke dag een bladzijde omgeslagen, zodat een keer per twee jaar de naam van Cees voor elke bezoeker leesbaar is.

Zie voor informatie over de gevangenen ook Arolsen Archives

Uw aanvulling

Email en telefoonnummer zullen niet openbaar worden gemaakt. Als er mensen zijn die met u in contact willen komen naar aanleiding van uw aanvulling dan kan het Verzetsmuseum u daarvan op de hoogte stellen.
U bepaalt zelf of u daarop in wilt gaan.

Het Verzetsmuseum wil benadrukken dat opname in het Digitaal monument geen eerbetoon inhoudt. De doelstelling van het monument is om een zo compleet mogelijke lijst samen te stellen van alle Nederlanders die in Dachau gevangen hebben gezeten.

Verzetsmuseum Amsterdam behoudt zich het recht voor uw aanvulling te redigeren. Een ingekorte versie zal worden toegevoegd aan het monument in de tentoonstelling.
Tripadvisor