Ga direct naar de hoofdnavigatie Ga naar de hoofdinhoud Ga direct naar de hoofdnavigatie Ga direct naar zoeken
Overschie Politiek 69233

Geboren

4 okt. 1895
Schiedam

Aankomst

26 mei 1944
Dachau

Bevrijd

Dachau
29 apr. 1945

Aanvullingen

Karen Alink op 11 dec. 2022
Gerard groeit op in Overschie. Hij is timmerman, aannemer en gaat later voor de gemeente werken als opzichter. Hij was betrokken bij de oprichting van de Overschiese tak van de SDAP in 1913 en was van 1923 tot 1940 gemeenteraadslid. Als socialist kwam hij op voor arme arbeiders o.a. vanwege hun slechte woonomstandigheden. Hij heeft daarbij regelmatig aanvaringen met burgemeester Baumann die “elke omgang met hem onmogelijk acht”. Gerard steekt zijn antifascistische gevoelens niet onder stoelen of banken. In 1932 is hij betrokken bij een vechtpartij met fascisten uit de regio die voor een vergadering naar het Overschiese verenigingsgebouw waren gekomen. Vanaf eind 1939 beheert Gerard de Tuin van Bos in Overschie. Deze tuin met woning is van de gevluchte Joodse familie Bos. De tuin heeft o.a. een zwembad en een tennisbaan, kassen en dieren. Lang duurt dit niet want de Duitsers confisqueren de tuin en het huis. Ze gebruiken het als ontspanningsoord voor Duitse officieren en laten het onderhouden door gevangen. S.S. Sturmbahnführer Herbert Johann Wölk maakt gebruik van het landgoed. Hij is de chef van de Aussenstelle Rotterdam, het kantoor van de Sicherheitsdienst in de stad. Deze Wölk zal Gerard in september ‘43 laten arresteren met gevolg kamp Vught en uiteindelijk Dachau. Gerard wordt twee keer gearresteerd en komt ook als gijzelaar in Sint Michielsgestel terecht. Zijn verzetsactiviteiten bestaan uit het saboteren van de S.D. en het verzamelen van ondersteuningsgelden voor gezinnen van gefusilleerden. Zijn tweede en laatste arrestatie gaat over het “stelen” van goederen uit de kelder van de woning bij de Tuin van Bos. Vanwege een conflict dat Gerard hierover heeft met Wölk, wordt hij aan de Heemraadssingel gearresteerd. Gerard verdwijnt naar Kamp Vught en wordt op 24 mei 1944 naar Dachau overgebracht. Op 30 april 1945 wordt hij daar levend aangetroffen door het Rode Kruis. Na medische behandeling gaat hij naar huis waar hij aankomt op 8 juni. Hij is dan nog niet genezen van Vlektyfus. Acht maanden later, op 50 jarige leeftijd, overlijdt hij in het Eudokia ziekenhuis in Rotterdam aan de gevolgen van zijn gevangenschap.

Uw aanvulling

Email en telefoonnummer zullen niet openbaar worden gemaakt. Als er mensen zijn die met u in contact willen komen naar aanleiding van uw aanvulling dan kan het Verzetsmuseum u daarvan op de hoogte stellen. U bepaalt zelf of u daarop in wilt gaan.

*
Het Verzetsmuseum wil benadrukken dat opname in het digitaal monument geen eerbetoon inhoudt. De doelstelling van het monument is om een zo compleet mogelijke lijst samen te stellen van alle Nederlanders die in Dachau gevangen hebben gezeten. De genoemde bevrijdingsdatum en -plaats zijn gebaseerd op de naoorlogse kampadministratie. De werkelijke plaats en datum kunnen hiervan afwijken. ´Vrijgelaten´ betekende uitschrijving uit het concentratiekamp. Soms mocht de persoon naar huis. Maar meestal volgde arbeidsinzet in Duitsland en soms overbrenging naar een gevangenis.
Verzetsmuseum Amsterdam behoudt zich het recht voor uw aanvulling te redigeren.