Ga direct naar de hoofdnavigatie Ga naar de hoofdinhoud Ga direct naar de hoofdnavigatie Ga direct naar zoeken

Johannes Michaël Caubo

Parijs (Frankrijk) Politiek 99724

Geboren

28 apr. 1891
Maastricht

Aankomst

6 sep. 1944
Dachau

Doorgevoerd

Natzweiler
19 sep. 1944

Aanvullingen

BB op 20 jul. 2015
Caubo werd geboren als Johannes Michael Caubo in Maastricht als zoon van veldwachter Harrie Caubo. Hij ging werken bij de Nederlandse Spoorwegen en werd uiteindelijk "Chef Restaurateur" op de Internationale trein Amsterdam-Parijs toen de oorlog uitbrak. In die tijd woonde hij al twintig jaar in Parijs vanwege zijn werk en had daarom zijn voornaam verfranst in Jean Michel. Sinds het begin van de oorlog was hij betrokken bij het verzet. Het begon met informeel mensen in de trein hulp te verlenen die op de vlucht waren voor de Duitsers. Later sloot hij zich aan bij het ondergrondse netwerk Dutch-Paris die hulproutes organiseerden om mensen vanuit de bezette gebieden naar veiliger oorden als Zwitserland en Spanje te brengen. De groep werd geleid door een Nederlander met een textielzaak in Lyon, Johan Hendrik Weidner, en bestond uit onder andere uit de Nederlanders Salomon Chait, Herman Laatsman, Larremans, Lejeune, Benno Nijkerk, Jaques Rens, Aan de Stegge, Veerman en Wisbrun. De groep hield zicht bezig met het organiseren van ontsnappingsroutes vanuit de bezette gebieden naar Spanje en Zwitserland en heeft in totaal zo'n 1.080 mensen, waaronder 800 Nederlandse Joden en meer dan 112 neergehaalde geallieerde piloten kunnen redden. Caubo had de taak om Joodse vluchtelingen en geallieerde piloten via de treinverbinding Amsterdam-Parijs naar Frankrijk te begeleiden. Toen na een aantal jaren deze treinen niet meer reden door de oorlog werd Caubo bureauchef op het Parijse treinstation Gare du Nord. Hij had zijn eigen kantoor en was verantwoordelijk voor de dienstregelingen en vertrektijden van de treinen. Zijn kantoor werd een opvangplek voor vluchtelingen waarvandaan hij ze hielp en begeleidde om naar elders door te kunnen reizen. Ook zijn vrouw, de Luxemburgse Marie Schenk was betrokken bij het verzetswerk alsmede hun twee zoons. Door de arrestatie van een medewerkster van de verzetsgroep in februari 1944 werd ook Caubo en zijn gezin opgepakt. Thuis werd het hele gezin opgewacht door een Franse politie eenheid en op het politiebureau ondervraagd. Na drie dagen mochten zijn vrouw en kinderen weer naar huis. Caubo werd getransporteerd naar het doorgangskamp Fresnes en daarna naar Compiègne waar hij zwaar verhoord werd door de Duitsers. Tijdens zijn verblijf daar waren er heftige bombardementen in Parijs. Hierdoor kreeg zijn vrouw een hartaanval waardoor ze op 21 april 1944 overleed. Eén van zijn zoons die toen zestien jaar oud was, toog naar Compiègne waar hij vijf minuten lang zijn vader mocht spreken om hem het verlies van zijn vrouw te vertellen.Hierna werd hij afgevoerd en dat was het laatste wat zijn familie van hem hoorde. Caubo kwam uiteindelijk via de concentratiekampen Neuengamme, waarheen hij vanuit Compiègne op 21 mei 1944 werd gedeporteerd. In juni 44 belandde hij in Natzweiler-Struthof, en daarna in Dachau, Ottobrunnen en tenslotte in het concentratiekamp Dautmergen. Dit was een zogenaamd "buitencommando" behorend bij Natzweiler. Hier wist Caubo onder mensonterende en wrede omstandigheden bijna nog een jaar te overleven. Uiteindelijk bezweek hij aan de combinatie van mishandelingen, ondervoeding en dwangarbeid op 13 februari 1945. Caubo was gehuwd met Marie Schenk (Luxemburg 1895-1944) en zij hadden samen drie kinderen, twee zoons (een tweeling geboren in 1927) en een dochter (geboren in 1934). Na de oorlog ontving Caubo postuum onderscheidingen voor zijn verzetswerk uit Frankrijk, Groot-Brittannië, Amerika en Nederland. Hij is onder meer drager van Amerikaanse Medal of Freedom die hij toegekend kreeg in 1946 alsmede het Verzetsherdenkingskruis en het Frans Croix d'Honneur. In het Franse plaatsje Orry-la-Ville (Senlis) staat een monument waar Caubo op genoemd is.

Uw aanvulling

Email en telefoonnummer zullen niet openbaar worden gemaakt. Als er mensen zijn die met u in contact willen komen naar aanleiding van uw aanvulling dan kan het Verzetsmuseum u daarvan op de hoogte stellen. U bepaalt zelf of u daarop in wilt gaan.

*
Het Verzetsmuseum wil benadrukken dat opname in het digitaal monument geen eerbetoon inhoudt. De doelstelling van het monument is om een zo compleet mogelijke lijst samen te stellen van alle Nederlanders die in Dachau gevangen hebben gezeten.
Verzetsmuseum Amsterdam behoudt zich het recht voor uw aanvulling te redigeren.