De aanslag op het Amsterdamse bevolkingsregister

Op zaterdagavond 27 maart 1943 vloog na een aantal explosies het bevolkingsregister van Amsterdam in brand. Dat was het resultaat van een grondig voorbereide aanslag. De verzetsgroep die die aanslag pleegde bestond uit Gerrit van der Veen, Willem Arondéus, Johan Brouwer, Rudi Bloemgarten (een joodse verzetsman) en nog een aantal anderen. Het bevolkingsregister was indertijd gevestigd aan de Plantage Kerklaan, naast de ingang van dierentuin Artis.

Er mochten bij de aanslag geen doden vallen, had de verzetsgroep besloten. De bewakers van het bevolkingsregister werden overmeesterd, met een injectie verdoofd en via de achterdeur Artis ingedragen, waar ze op de grond werden achtergelaten. Binnen trokken de verzetsmannen laden open en stortten de inhoud uit over de vloer. Vervolgens stichtten ze een verwoestende brand. Daarbij werden springstoffen gebruikt die al in 1940 uit een magazijn in de Vesting Naarden waren gestolen.

De brandweer arriveerde, maar talmde bij het blussen, om daarna de hele boel juist te 'verzuipen' (de brandweer was getipt over de bedoeling van de brand). De aanslag maakte grote indruk. Maar de opzet was maar heel gedeeltelijk geslaagd. Veel systeemkaarten hadden het vuur doorstaan; slechts 15 procent was compleet vernietigd.

Persoonsbewijzen
In 1940 was de identificatieplicht ingevoerd; in 1941 het persoonsbewijs, de beruchte pas voor binnenlands gebruik, gemaakt naar een doortrapt ontwerp van de Nederlandse ambtenaar Lentz. Dat persoonsbewijs vermeldde naam en adres van de drager en het beroep, bovendien zat er een pasfoto op plus een vingerafdruk. Het was voor iedereen vanaf 15 jaar verplicht. Joden kregen een persoonsbewijs uitgereikt met een grote J erop.

Het verzet ging persoonsbewijzen vervalsen, eerst moeizaam, later zeer vakkundig. De PBC, de Persoonsbewijzencentrale van Gerrit van der Veen, werd de grootste vervalsingsfirma (totale productie 80.000 persoonsbewijzen). Gerrit Jan van der Veen, geboren in 1902, beeldhouwer van beroep, was zowel voorman van het kunstenaarsverzet als mede-oprichter van de PBC.

Bevolkingsgregisters
De bevolkingsregisters werden door de bezetter gebruikt als opsporingsmiddel: van joden, arbeidskrachten, verzetsmensen. Ook konden met de gegevens in het bevolkingsregisters persoonsbewijzen worden gecontroleerd op echtheid. Alles bijeen genoeg redenen voor het verzet om de bevolkingsregisters aan te pakken. Aanslagen waren één methode.

Een andere methode was: samenwerking zoeken met ambtenaren die bereid waren om valse gegevens in te voeren. Persoonsbewijzen werden door bereidwillige ambtenaren 'rondgezet', zodat de gegevens van persoonsbewijs en persoonskaart met elkaar overeen kwamen. Steeds meer bevolkingsregisters werden voor de bezetter onbruikbaar gemaakt. Dat betekende niet dat de bezetter geen controlemiddel meer over had, maar dit feit was bij lang niet iedereen bekend. Het drong ook maar geleidelijk tot het verzet door.

In juni 1943 werd in een zaal van het Tropenmuseum-complex het proces gevoerd tegen de daders van de aanslag op het Amsterdamse bevolkingsregister (zie voor een gedeeltelijk verslag van dat proces de Memoires van Yvo Pannekoek, pseudoniem van Frits Dekking). De grote afwezige bij dit proces was Gerrit van der Veen. Hij was in vrijheid gebleven en zette zijn verzetswerk onvermoeibaar voort.

Willem Arondéus
In het Tropeninstituut stond wèl zijn collega Willem Arondéus terecht: geboren in 1894, schilder, schrijver, min of meer openlijk homoseksueel, en in de oorlog een van de voormannen van het kunstenaarsverzet. Voor Arondéus op 1 juli 1943 samen met elf andere veroordeelden werd gefusilleerd, kwam een vriendin (Lau Mazirel) hem in de gevangenis opzoeken. Hij vroeg haar de buitenwereld te laten weten 'dat homo's niet minder moedig hoefden te zijn dan andere mensen' (zie Rudi van Dantzig, 'Het leven van Willem Arondéus 1894-1943', een documentaire, 2003, pagina 441).

Ter herinnering aan de aanslag, en ter herinnering aan de verzetsmensen die wegens hun deelname aan de aanslag werden doodgeschoten, is in 1946 naast de deur van het adres Plantage Kerklaan 36 een gedenkplaat aangebracht.