Ga naar de hoofdcontent

Bankfraude voor de goede zaak

De Nederlandse regering in Londen riep op 17 september 1944 op tot een staking van de Nederlandse Spoorwegen, om het Duitse troepentransport stil te leggen. De staking duurde ruim zeven maanden. Het NSF betaalde de salarissen van de 30.000 stakers. Hoe kwam het NSF eind 1944 aan zoveel geld?

De Nederlandsche Bank – toen nog aan het Rokin in Amsterdam – bewaarde schatkispromessen: kortlopende staatsleningen die elk 100.000 gulden waard waren. Wally en Gijs lieten schatkistpromessen namaken. Deze wisselden ze om voor de echte, met hulp van C.W. Ritter, hoofdkassier van De Nederlandsche Bank.

De echte promessen konden ze nu bij andere banken verzilveren. Zo werd voor 51 miljoen gulden uit de kluis van De Nederlandsche Bank gehaald. (Zie de infografiek voor gedetailleerde informatie
over de wisseltruc.) Bij vijf banken werden rekeningen geopend op naam van het Fonds Stilgelegde Bedrijven, hoofdgroep Industrie. Gijs van Hall had deze naam ‘geleend’. Het leek een rijk fonds waaruit lonen werden betaald. In werkelijkheid was het leeg. Namens dit fonds verzilverde het NSF de schatkistpromessen. In notitieboekjes werden de bedragen onder de codenaam ‘Tante Betje’ bijgehouden.

Meer artikelen uit dit dossier

Er is veel meer te vertellen over dit onderwerp. Lees snel verder op onderstaande pagina's.