Februaristaking

De Februaristaking (25 en 26 februari 1941) was het grote protest tegen de beginnende jodenvervolging in Nederland. Duizenden mensen in Amsterdam en omgeving legden het werk neer. Op een aantal plekken in de stad vonden massa-betogingen plaats.

Directe aanleiding tot de staking waren de eerste razzia's op de Amsterdamse joden (razzia: klopjacht door politie of militairen, waarbij een gebied wordt 'uitgekamd').

De Februaristaking wordt nog jaarlijks herdacht, sinds 1953 met een defilé langs het monument De Dokwerker. Dit monument staat op het Jonas Daniël Meijerplein, bij het Waterlooplein en de Jodenbreestraat.

Anti-joodse acties van WA
Eind 1940, begin 1941 waren WA-leden begonnen met anti-joodse acties. Bij café's en andere uitgaansgelegenheden op het Rembrandtplein-Thorbeckeplein hingen ze ongevraagd bordjes op: 'Joden niet gewenst'. Bovendien terroriseerden ze de bewoners van de oude joodse buurt, aan de andere kant van de Amstel.

De WA, de 'Weerafdeling' van de NSB, wekte sinds het begin van de bezetting toch al veel weerzin in Amsterdam, door haar provocerende houding van 'de straat is van ons'. Knokploegen van joodse en niet-joodse Amsterdamse 'gozers' traden tegen de WA op. Er vielen over en weer rake klappen. Op 11 februari 1941 raakte WA-man Koot bij zo'n vechtpartij dodelijk gewond.

Duitse reactie
Hierop reageerden de Duitsers onmiddellijk met een reeks maatregelen: a) de jodenbuurt werd voor enkele dagen afgesloten en er werden arrestaties verricht, b) enkele vooraanstaande joden moesten als 'joodse raad' de buurtbewoners tot kalmte manen. Dit gebeurde op 13 februari, toen de diamantair A. Asscher een toespraak hield in de Diamantbeurs op het Weesperplein, c) de joden moesten 'hun wapens bij de politie inleveren' (er waren nauwelijks wapens), en d) de WA moest uit de buurt wegblijven.

Over de joodse buurt daalde nu een soort van 'orde en rust' neer. Maar de sfeer van spanning en geweld bleef in Amsterdam aanwezig. Op 19 februari 1941 drongen enkele mannen de joodse IJssalon Koco in de Van Woustraat binnen. De zaak was gesloten, en met een houten betimmering afgeschermd.

De verdedigers van Koco, die meenden met WA-lieden van doen te hebben, zetten als verdediging tegen de indringers een cilinder ammoniakgas open (ammoniakgas doet dienst in koelmachines). Maar deze indringers waren niet van de WA, maar van de Duitse politie. Het kon niet erger. De Duitse autoriteiten riepen dat er een 'aanslag' was gepleegd op hun personeel.

'Strafexpeditie tegen de joden'
Op zaterdag 22 en zondag 23 februari 1941 hield de 'Grüne Polizei' (Ordnungspolizei, Duitse ordetroepen gekleed in groene uniformen) grote razzia's in de buurt. De Duitsers noemden dit een 'strafexpeditie tegen de joden'. De Amsterdamse politie moest aan de razzia's meewerken. Joodse jongens en mannen (425 in totaal) werden samengedreven, mishandeld, en met onbekende bestemming weggevoerd.

Stakingsoproep
Er ging een golf van verontwaardiging door Amsterdam. Kaderleden van de CPN (de illegale communistische partij) riepen op tot een proteststaking. Die oproep - met het beroemde stencil 'Staakt! Staakt! Staakt!' - had succes. Op de eerste stakingsdag, dinsdag 25 februari, kwam er 's morgens geen tram. De wachtenden op de haltes kwamen er al gauw achter waarom. De staking breidde zich uit over de hele stad. Gemeente-kantoren, bedrijven en winkels gingen dicht.

De Duitsers waren volledig door de staking overvallen. Ze verboden alle berichtgeving erover. Op de tweede dag, woensdag 26 februari, werd de staking met veel machtsvertoon en geweld onderdrukt. Op dat moment had ze zich uitgebreid naar de Zaanstreek, Haarlem, Hilversum.

Gevolgen Februaristaking
Er vielen negen doden, 24 zwaargewonden en talloze stakers werden gevangen genomen. Na de staking moest Amsterdam aan de bezetter 15 miljoen gulden boete betalen. Een aantal gemeente-ambtenaren werd ontslagen, vanwege 'onverantwoordelijk gedrag' (deelname aan de staking). Burgemeester De Vlugt werd vervangen.

Wat de weggevoerde joodse Amsterdammers betreft: die werden in de zomer van 1941 bijna allemaal vermoord in het concentratiekamp Mauthausen (Oostenrijk). Koco-eigenaar Ernst Cahn werd - als eerste ter dood veroordeelde in het bezette Nederland - gefusilleerd, op 3 maart 1941.

Zie ook dit dagboekfragment van een journalist in de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren.