Ga naar de hoofdcontent

Februaristaking

Salomon de Vries

'Door de stad vlogen de berichten van mond tot mond. 'De Amsterdamse Droogdok Maatschappij, de scheepsbouw, De Vries Lenz, Fokker, overal staken ze! De ponten varen niet meer! De trams rijden niet!'Lege straten. Geen trams, bijna geen auto's.
Ook bij een zeer groot aantal expediteurs, grote en kleine, hadden de arbeiders en chauffeurs het werk neergelegd. De winkels waren bijna overal gesloten. Staking ─ algemene staking! tegen de jodenvervolging, tegen de onmenselijkheid, tegen het 'aan ons de straat!' van de WA en ander Mussertgeboefte.'
Salomon de Vries, journalist, Amsterdam

Salomon de Vries
Salomon de Vries
Overlijdensbericht Hendrik Evert Koot
Overlijdensbericht Hendrik Evert Koot

Geweld tegen joden

Begin 1941 begint de NSB, met instemming van de Duitse bezetter, geweld te gebruiken tegen joden in Amsterdam. Joden worden op straat lastig gevallen en joodse winkels worden vernield. De publieke opinie keert zich tegen dit geweld en knokploegen van joden en niet-joden zoeken de confrontatie met de NSB.

In het begin van februari komt het tot felle vechtpartijen in Amsterdam. De NSB’er Koot overlijdt op 14 februari na vechtpartijen van enkele dagen eerder. Later wordt ook nog een Duitse politiepatrouille bij ijssalon Koco met ammoniakgas bespoten. ‘Een aanslag’, volgens de Duitsers.

Joodsche Raad

Na de ‘aanslag’ bij Koco sluiten de Duitsers de joodse buurt af. Er komt een ‘Joodsche Raad’, die door de Duitsers verantwoordelijk wordt gesteld voor eventuele ordeverstoringen. De 'Joodsche Raad voor Amsterdam' krijgt al snel de bevoegdheid over geheel joods Nederland. De bezetter geeft via de raad anti-joodse maatregelen door aan de joodse gemeenschap.

Razzia's

Op 22 en 23 februari vinden de eerste razzia’s plaats. Met veel geweld worden 425 joodse mannen bijeengedreven, mishandelt en weggevoerd. De Duitsers hangen affiches op om de razzia te recht­vaardigen. Maar de Amsterdamse bevolking is diep geschokt. De illegale communistische partij (CPN) roept op tot een proteststaking. De ochtend van 25 februari rijden de trams niet uit.

Ieder­een in de stad merkt dat er iets aan de hand is. De staking slaat aan. Na de tram doen steeds meer bedrijven mee. Arbeiders van de scheepswerven trekken massaal de stad in. Scholen, winkels, kantoren en banken lopen leeg. In optochten trekken de stakers door de straten. De volgende dag slaat de staking over naar de Zaan­streek en Hilversum. Ook in Haarlem en Utrecht wordt gestaakt.

Razzia op het Waterlooplein, februari 1941. 425 joodse mannen worden met geweld opgepakt.
Razzia op het Waterlooplein, februari 1941. 425 joodse mannen worden met geweld opgepakt.

Keiharde reactie Duitsers

Op de tweede dag van de staking grijpen de Duitsers hard in. Duitse troepen trekken door de straten. Zij schieten op groepen stakers. In Amster­dam vallen ne­gen doden. Honderden stakers worden gearresteerd. Na de staking moet Amsterdam aan de bezetter 15 miljoen gulden boete betalen, een aantal gemeenteambtenaren wordt ontslagen en de burgemeester wordt vervangen.

Doodvonnissen

In maart 1941 worden drie doodvonnissen voltrokken waaronder die van Ernst Cahn, eigenaar van ijssalon Koco. Voor de Amsterdammers is de Duitse bezetting ineens veel grimmiger geworden. De jodenvervolging wordt stapsgewijs doorgezet, ondanks de Februaristaking. Maar als protest tegen de jodenvervolging is de staking uniek in Europa.

In Amsterdam herdenkt men elk jaar op 25 februari deze staking bij de Dokwerker. Beeld van Mari Andriessen Stichting, 2003 c/o Beeldrecht Amstelveen.
In Amsterdam herdenkt men elk jaar op 25 februari deze staking bij de Dokwerker. Beeld van Mari Andriessen Stichting, 2003 c/o Beeldrecht Amstelveen.

Jaap Klanderman

'Ik was loodgieter. Toen ik om zeven uur naar mijn werk ging, was alles rustig. Ik zat in een dakgoot van een huis bij het Sarphatipark. Opeens zag ik de Grüne Polizei aan komen rijden. Ze schoten wild om zich heen. En ik hoorde geschreeuw en gegil van mensen die zich uit de voeten probeerden te maken. Ik dook weg in het zolderraam. Pas tegen een uur of zeven ben ik naar beneden gegaan. Thuis hoorde ik pas wat er aan de hand was. Er heerste een vreemde panieksfeer.'
Jaap Klanderman, leerling-loodgieter, Amsterdam

Meer artikelen uit dit dossier

Er is veel meer te vertellen over dit onderwerp. Lees snel verder op onderstaande pagina's.